BLOG

Lekkend kutje huize marleen rotterdam

lekkend kutje huize marleen rotterdam

En als jullie nog één keer met jullie vieze tengels aan mn knoppen of mn deur komen, dan zullen jullie wat beleven! Misschien hadden we wat liever moeten zijn en de bruine sporen die de Ransaap na zijn vertrek op het witte machine-oppervlak had achtergelaten weg moeten poetsen of hadden we de filters beter schoon kunnen houden en onze kleren beter kunnen uitkloppen en afspoelen voor we deze gevoelloos in de machine mikten.

Maar natuurlijk deden we dat allemaal niet, en in de week die volgde deden we tijdens een was-sessie gewoon de badkamerdeur dicht, zodat er niemand gewond zou raken als het ding zou ontploffen. Op het kleine detail na dat alle wasgoed kletsnat uit de machine kwam en zo'n vier uur in de droger moest, ging dat ook nog een korte tijd vrij goed. Tot die fatale zaterdag of zondag zo'n twee weken geleden toen Frisk een was wilde draaien en het ding na meerdere tevergeefse pogingen morsdood verklaarde.

Nog een halve week later bedacht ik uiteindelijk dat ik dan misschien misschien maar eens De Waslijn moest bellen. De man aan de andere kant van de lijn meldde me dat hij vrijdag of maandag wel langs zou komen om een kijkje te nemen. Dat werd natuurlijk maandag, en toen ik die middag thuiskwam hing er een lullig briefje van vijf-bij-vijf op het waspoederklepje met daarop de nòg lulligere mededeling: Nú pas komt het stille besef dat we onze ouwe trouwe wasmachine misschien iets teveel als vanzelfsprekend beschouwd hebben.

Onze voorraad schone kleren, handdoeken en beddengoed is langzaamaan opgeraakt en we beginnen iets te missen. Ik heb laatst zelfs een lading kleding de hele 10 km naar Jozef gesleept om daar dan maar een was te draaien.

Gezien ik mijn ouders alleen met verjaardagen, Kerst, en Pasen zie, en ik bovendien op zaterdag werk, leek het me lichtelijk overdreven om met een grote tas naar Brabant te treinen. Creatief wordt je er wel weer van. Eef complimenteerde me al op mijn grappige kledingcombinatie toen ik bij gebrek aan beter een oeroude roze longsleeve onder een grijsgestreept driekwarstmouw tuniekje gewurmd had.

Helaas kwam ik er ook achter dat ik een flinke lading oude kleren niet meer pas omdat ik kennelijk over de jaren heen toch een paar kilo aan lijk te zijn gekomen. Morgen moet ik maar eens gaan bellen waar die nieuwe wasmachine blijft. Als ik er dan aan denk tenminste. In mijn achterhoofd doemt het nachtmerriebeeld op van dat exvriendje dat na het kapotgaan van zijn wasmachine meer dan een halfjaar lang handwasjes deed en grote weekendtassen naar zijn ouders in Arnhem sleepte. Als de nieuwe wasmachine er is zullen we er dan ook vast en zeker zuiniger mee omgaan.

De allereerste week dan tenminste. We zijn en blijven per slot van rekening studenten. Oorspronkelijk geschreven op 11 augustus , Koppijn van het typen en revisen waardoor ik geen boek meer kan zien en zojuist heb ik een twee uur durende Flatbar-vergadering gehad die ik duf en gapend heb voor,- en uitgezeten.

Zo gauw ik de vergadering gesloten heb, weet ik het dan ook zeker: Mijn penningmeester wil de bar wel afsluiten en dus slof ik uitgeput naar de BG. Terwijl ik in mn kamer nog ff mn nieuwste mailtjes lees en Jozef nog even opbel om hem welterusten te zeggen, kringelt er opeens een bekend geurtje mn neus binnen dat me terugvoert naar de tijd dat ik nog op scouting zat. Is de eerste gedachte die me vrolijk te binnen schiet en die nog geen halve seconde later gevolgd wordt door de tweede, meer verwarde en paniekerige gedachte: Niet in mijn kamer en niet op de gang tenminste, wat betekent dat er waarschijnlijk buiten iets aan de hand moet zijn.

Met Jozef nog aan de lijn loop ik gauw naar buiten om de boel te checken. Uit de papiercontainer komt een grote rookwolk die op vlug tempo tegen de ramen van de flat omhoogslaat. Buiten loopt de rest van mijn barcommissie, ook allemaal met een telefoon in hun hand.

Behoorlijk knudde want dat wordt dan de derde keer politie voor de deur in drie weken tijd. Vanuit mn ooghoeken zie ik ook al dat de hele buurt uitloopt om te komen kijken.

Die zullen ook wel denken De afgelopen weken zijn complete flat en buurt al twee keer eerder midden in de nacht wakker geschopt door de herrie die voor de flat plaatsvond. De vorige twee keren ging het om vechtpartijen die na sluitingstijd van de bar ontstonden, dat de daders alle twee de keren geen flatbewoners waren en dat ook nu de papiercontainer hoogstwaarschijnlijk door tuig uit de buurt is aangestoken, weet de rest van de buurt natuurlijk niet.

Dus daar gaat je goede imago als studentenflat, voor zo ver die er al was. De brandweer lijkt geen haast te hebben. Al gauw staat een groot gedeelte van de flat buiten naar de container te kijken, waar de vlammen ondertussen al flink uitslaan. Pooh haalt z'n camera. Een Chinees komt met een colafles water aanrennen. Wij lachen 'm zachtjes uit. Misschien moeten we toch maar eventjes een buurtbrief opstellen! Ik heb maar even uitgelegd dat dit telkens mensen van buiten de flat zijn, en dat die jongens van die vechtpartijien hier ook niet meer welkom zijn.

Ook wel logisch na al dat gedoe van afgelopen weken. Gelukkig willen Miek en Nonnie meteen aan de excuus-brief beginnen. Door die stomme scriptie heb ik er namelijk zelf voorlopig helaas geen tijd voor. Uiteindelijk komt ook de brandweer aanzetten. Geen zwaailichten, geen sirene en twaalf brandweerlieden die met chagrijnige gezichten naar de brandende container kijken. Daar komt de ellende weer!

De brandweermannen maken een ketting aan de container vast en trekken 'm om waarbij ze bijna een auto raken die pal naast de container staat. Vervolgens vullen ze het gloeiende en rokende ding met schuim. Tussen de mensen bij de flat zie ik een onbekend gezicht. De brandweer is klaar met blussen en gaat er weer vandoor. De beschuimde container laten ze doodleuk zo op zn kant liggend achter. Miek stelt voor alle flatbewoners naar binnen te sturen, anders is er nog meer overlast.

Zij en Nonnie vertrekken naar de 8e om te typen. De rest van de flat wenst me massaal welterusten en succes met mn scriptie en gaat op zoek naar een woonkamer om daar verder te buurten over wat er gebeurd is. Ik ga zo mn bed in. En gezien de papiercontainer op nog geen 4 meter van mijn slaapkamer raam af staat na te stinken denk ik dat ik vannacht maar met m'n raam dicht slaap.

Vandaag is het Een rokende dag uit de Selwerd-geschiedenis. Maar de eerste van dit jaar nog maar, en het is alweer augustus.

Dus wat dat betreft valt het dan allemaal, relatief gezien, toch nog wel weer een heel klein beetje mee. Voor foto's van het hele gebeuren, klik hier. Baardloos Oorspronkelijk geschreven op 10 juni , Hij heeft vlak bij het centrum een appartementje gevonden.

Ik heb nog geholpen met schilderen en in de gang ligt een restje laminaat dat na mijn verhuizing en terugverhuizing nog over was uit de tijd dat ik hier op woonde. Het kwam precies uit. De kat gaat ook mee, dus is het handig dat die even binnen in de buurt blijft. Een half uurtje later nemen dan ook een kattenbak, een voerbakje, een waterbakje én de jammerende eigenaar van dit alles de 5 vierkante meter vrije vloer die ik nog over heb met veel tegenzin in beslag. Freggle vindt het maar niets.

Luidklagend ijsbeert ze door mijn kamer terwijl ik me op mijn scriptiemateriaal probeer te concentreren. Voor morgen moet ik van mezelf nog twee en een halve dichtbundel en een toneelstuk doorgeworsteld hebben en tot nu toe lijkt alles over natuur, God, en piemels te gaan. Het liefst zou ik buiten helpen, al is het maar om niet hier binnen boven mn boeken te hangen, maar ik moet nu echt even streng zijn, anders ben ik straks voor de vijfde keer derdejaars.

Niets op mijn bed. Niets onder mijn bed. Freggle is nergens te bekennen. Gestresst begin ik een zoektocht over de gang. Zou ze het dan toch voor elkaar hebben gekregen om naar buiten te ontsnappen?

De eerste en gelijk laatste keer dat dat gebeurde was ze spoorloos verdwenen en was het enige dat de vermist-postertjes opleverden een twintig minuten lang durend telefoontje van een of andere crazy catlady uit de buurt die het kennelijk nodig vond om me uitgebreid uit te leggen wat je allemaal het beste kon doen wanneer je een kat kwijt was.

Een dikke zeven weken later stond Freggle doodleuk weer op de stoep. Dat kan ik Baard niet aandoen, die vertrouwt me gelijk nooit meer! Bij gebrek aan een beter idee begin ik maar buiten te zoeken. De halve flat steekt nieuwsgierig zn hoofd naar buiten terwijl ik hard begin te roepen en een vriendelijke Chinees zoekt met me mee.

Maar wacht eens even… Opeens krijg ik een ingeving. Het zou toch niet…? Op de een of andere manier heeft ze het dus toch voor elkaar gekregen om ongezien langs iedereen heen naar haar oude vertrouwde slaapplekje te glippen.

Ik vind het tijd voor koffie en met een briefje op deur en raam en met mn kamersleutel op een voor Baard bekende plek verlaat ik gauw de flat om richting stad te fietsen. Als ik een uurtje later terug kom is het busje er ook weer en samen met de laatste dozen verdwijnt een protesterende Freggle in een door mij uitgeleende reiskooi naar een nieuw huisje.

Ik snap het ook wel. Je bent afgestudeerd, je irritante buurman weet na 10 maanden nog steeds niet hoe toiletpapier werkt en je woont hier stiekem al veel te lang. Maar ik ga je missen. Geen harde metalmuziek meer waaraan ik kan horen dat je probeert om je bed uit te komen.

En geen bierkoelkast meer in de woonkamer want die heb je meegenomen. Je was de allertofste huisgenoot die ik ooit gehad heb. Wat gaat het hier nu anders worden. Zonder Baard is alles maar kaal. Oorspronkelijk geschreven op 11 mei , Laatste overstap en dan ben ik eindelijk in Lage Zwaluwe.

Het is een uurtje of zes 's avonds en om me heen staan allemaal mensen die er uit zien alsof ze rechtstreeks van het strand komen.

Links van me staat een jongen van ongeveer mijn leeftijd in voetbalshirt, korte broek en daaronder, vreemd genoeg, witte sportsokken in van die nette leren kantoorschoenen tegen de reling van de trap aangeleund. Hij heeft kennelijk trek, want hij is druk bezig een patatje mayo weg te werken.

Ruikt goed , schiet er door m'n hoofd. Het is echt patat-weer. Het is warm en benauwd en het laatste waar je aan moet denken is wel in de keuken te moeten staan om daar iets verantwoords klaar te maken. Als de jongen een bekende van me was geweest had ik dan ook vast en zeker een paar patatjes uit z'n bakje gepikt. Maar we kennen elkaar niet, en over een krap uurtje zal er thuisthuis een met liefde bereid bordje gezond voor me klaar staan.

Toch ben ik duidelijk niet de enige die er zo over denkt: Verwachtensvol volgt hij het plastic vorkje van het bakje naar de mond en weer terug en het is duidelijk dat hij er op hoopt dat er snel een lekker hapje voor hem op de grond zal belanden. Maar dat gebeurt niet. Het vogeltje hopt een beetje heen en weer en kijkt met grote doordringende ogen. Net een bedelend schoothondje. Wanneer dit niets oplevert vliegt hij omhoog en gaat naast de jongen op de reling zitten.

De jongen hoort en ziet het wel maar besluit de boel te negeren. Het duurt hem te lang. Hij vliegt omhoog en fladdert voor het gezicht van de jongen druk heen en weer.

Omstanders schieten in de lach. De jongen vindt het minder leuk en maakt een agressief zwaaigebaar. Het vogeltje vliegt weg, maakt een klein rondje over het perron en keert daarna doodleuk weer terug naar zijn oude bedelplekje. De jongen maakt nog een paar schopgebaren waarvan hij niet echt van onder de indruk lijkt te zijn.

De trein komt binnen en de patat is op. De jongen gooit het bakje in de vuilnisbak en vervolgt zijn reis. Het patatvogeltje blijft achter. Hij zal cold turkey moeten gaan. Of op zoek naar een mede junkfood verslaafde die wèl een hapje delen wil.

The Selwerd Way of Living, part 9. Misschien waren het de LSD en Marihuana-dampen, of misschien was hij verliefd of zat hij stiekem de hele dag gitaar te tokkelen en te dromen van een on-road popsterren leven.

Er is in ieder geval op de een of andere manier iets niet goed doorgedrongen toen hij zich in het ontwerp van de toiletruimtes hoorde te verdiepen. Hoe kan je anders verklaren dat wij in beide toiletruimtes het toilet direct naast de douche hebben zitten? Gelukkig denken de meeste mensen die hier wonen er net zo over als ik en geldt hier dus de ongeschreven regel jezelf ergens anders te ontlasten wanneer er iemand onder de douche staat.

Gezien er aan het begin van de gang ook twee toiletten staan is dat dan ook geen enkel probleem. Verder zijn de douches hier super. De douchekop produceert een enorme en snel opgewarmde straal water en de hokjes zijn groot genoeg om er met zn tweeën onder te staan. Of met zn drieën of zn vieren, daar is het per slot van rekening een studentenflat voor.

Draag alleen wel slippers, dat is wel zo slim.. Ik kan er uren onder staan. En dat doe ik dan ook. De huur is inclusief, dus waarom ook niet. Alleen werd mijn dagelijkse douche-ritueel de afgelopen maanden telkens op nare wijze verstoord. Dan gaat de deur van de badkamer open. Ransaap komt luid telefonerend binnengelopen en gaat op het toilet zitten. En terwijl je hem in zijn onverstaanbare gibberish verder hoort praten dringt de walgelijke schijtlucht van iemand die alleen maar frituur en pizza eet onverbiddelijk je neus binnen.

Het duurt dik vijf minuten voordat hij, nog steeds aan de telefoon, doorspoelt en de badkamer weer verlaat. De stank blijft echter samen met zijn voormalige darm-inhoud aan de randen van de toiletpot kleven. Je staat toch ècht onder de douche om schoon te worden, maar ik kan niet anders zeggen dan dat je je, na deze brute verstoring van je ranzige huisgenoot, simpelweg smeriger voelt dan dat je deed vóórdat je onder de douche ging.

Baard is het zat. En terwijl hij gniffelend over mn schouder meeleest pen ik al mijn frustraties neer. De drie blauw bekladde A4-tjes worden met plakband op strategische plekken gehangen en wij trekken ons terug om te kijken of de stille strijd in werking treedt…. Na alle malaise had ik me al min of meer mokkend in mijn onfortuinlijk woon-lot berust toen ik een paar dagen geleden opeens bijval kreeg uit een wel heel onverwachte hoek:.

Ik zit rustig op mijn kamer te studeren wanneer ik mijn altijd vriendelijke en timide Aziatische buurvrouw opeens luidkeels op woedende toon over de gang hoor schellen. Dat er na het ophangen van de briefjes al een tijdje niet meer gescheten werd terwijl ik onder de douche stond is dus waarschijnlijk puur toeval geweest.

Dat boze briefjes op geen enkele manier blijken te werken is dus een feit. Toch laat ik ze daar lekker hangen. Misschien dat andere toekomstige ganggenoten de boze hints wel meteen oppikken. En zo niet, dan kunnen we altijd nog mijn boze buurvrouw langs sturen. The Selwerd Way of Living, part 8. Oorspronkelijk geschreven op 21 januari , Nog-half-aangeschoten-net-terug-van-de-stad wil ik gewoon rustig even de drinkflesjes van mijn dieren bij vullen wanneer mijn oog op een rood-bruine-smurrie vingerafdruk valt Ik doe mijn ogen dicht en wacht tot de badkamer stopt met draaien, wat overigens niet lukt.

Nog een keertje kijken dan:. Nee, toch echt een rood-bruine-smurrie vingerafdruk The Selwerd Way of Living, part 7. Ransaap Oorspronkelijk geschreven op 19 november , The Selwerd way of Living, part 6. Piano Oorspronkelijk geschreven op 9 november , Gewoon voor het mooie. En gewoon omdat je dertien vierkante meter tellende kamertje kennelijk toch nog niet vol genoeg is.

In je hoofd ga je al passen en meten en blijkt dat, wanneer de piano in kwestie niet breder dan zo'n een meter vijfenveertig zou zijn, er dan onder je hoogslaper wel een plekje vrij gemaakt kan worden. Tenminste, wanneer je een kast overdwars zet en de deur uit een andere kast haalt zodat de bank er naast kan staan en je er dan alsnog je spullen uit kan halen.

De televisie moet dan maar bovenop de piano gezet worden en hopelijk is de houten Ikea-stellingskast stevig genoeg om je dertig-veertig-zestig-aquarium met tropische vissen te houden Niet dat je uberhaupt kan pianospelen.

De vlooienmars ja, die wel, en altijd-is-kortjakje-ziek met één vinger. Maar je kan natuurlijk altijd les nemen, of zelf aan de slag gaan met muziekboekjes. Leren dat kan je wel, je studeert per slot van rekening toch aan de universiteit en als je er goed voor gaat zitten scoor je altijd achten en negens. En dat je dan nu opnieuw weer even een half jaartje studiepauze hebt ingelast betekent natuurlijk dat je alleen maar meer tijd over hebt om die piano te leren bespelen.

Op marktplaats vind je een prachtige witte. Op maar een kilometer van je vandaan. De afmetingen staan er niet bijgenoemd maar die kun je vast en zeker nog wel via e-mail vragen. Hij hoeft volgens de adverteerder "alleen nog maar even gestemd te worden" en je gaat er vanuit dat dat vast niet zoveel zal kosten.

Iemand heeft er zestig euro voor geboden, jij biedt tachtig. Je neemt jezelf voor dat je maximaal tot honderdtwintig wil gaan.

Ergens ver ver in je achterhoofd spookt het wel dat je eigenlijk bijna geen geld hebt en heel zuinig aan moet doen omdat je nog niet weet wanneer het eerste loon van je nieuwe baan gestort wordt, maar echt naar voren dringen wil dat toch allemaal even niet Hierboven dus mijn bevlieging van vandaag.

En terwijl ik nu in mijn nog steeds half uitgepakte en vooral uit stapels spullen bestaande kamertje rondkijk, besef ik me dat ik toch echt eerst al mijn andere spullen naar buiten zal moeten verhuizen voordat ik er een piano naar binnen kan loodsen. Maar ach, alsof iemand z'n piano voor tachtig euro gaat verkopen En morgen komt er ook vast en zeker wel weer een ander raar idee in me op.

Maar wees ook weer niet verbaasd als er over een paar weken opeens een valse en veel te grote piano in m'n nu al veel te kleine kamertje staat The Selwerd Way of Living, part 5. Zwembad Oorspronkelijk geschreven op 1 september , Er kwam water uit een van de plafond-buizen. Er lag een klein plasje water rond de pot en de Donald Duck die op de grond slingerde begon enige tekenen van vochtigheid te vertonen. Gezien ik tussen twee nacht-diensten inzat en op dat moment echt wilde gaan slapen heb ik het aan Baard gemeld.

Zelf had ik de energie niet meer om telefoonnummers op te gaan zoeken enzo wanneer iemand anders precies wist wat er gebeuren moet. En de volgende dag had Baard ook inderdaad alles geregeld. Wat dus wilde zeggen dat hij de lekkage onderaan de lijst met technische storingen gezet had die op ons message-board in de gang hangt.

Als de flatbeheerder langs zou komen, dan zou die wel op de lijst kijken en een loodgieter o. Niemand had de moeite genomen een emmer onder de lekkende buis te zetten. Omdat het toilethok een drempel heeft werd de boel toch nog wel ff tegengehouden.

Donald Duck was overigens inmiddels al wel verdronken. Gisteren stond het water desdanig hoog dat het de drempel oversijpelde. OTG-Deur dicht, probleem uit het zicht.

Iemand anders doet het uiteindelijk wel. Toen ik vannacht iets in de keuken moest halen en ook mn flesje water bij wilde vullen stapte ik slaapdronken en lensloos naar de wasbakken.

Met mn blote voeten in een grote plas water, die zich inmiddels voor het toilethok verzameld heeft. Gevloekt en getiert, flesje bijgevuld, terug naar mn kamer gelopen, voeten daar afgedroogd en weer in bed gekropen. Gezien de OTG verder als opslagruimte dient heb ik zojuist maar ff al mn spullen hooggezet. De zwaarste en grootste dingen die ik echt niet omhoog kreeg staan nu op bakstenen. Het is een idyllische plek, een klein strand, wat gezinnen langs de waterlijn, een restaurantje, pijnbomen op de rotsen naast ons en wat andere ankeraars zie foto hierbij en hier  Er daalt een diepe, weldadige rust over ons.

We zwemmen en constateren dat het anker goed is ingegraven. Een paar meeuwen komen bedelen om een hapje. Ze brengen Lord Byron in opperste extase.

We dachten dat hij bang voor ze zou zijn, maar nee. Om zeven uur vertrekken de mensen op het strand en één voor één gaan ook de jachten weg. We zijn alleen met een ander Nederlands jacht, dat wat verderop ligt. Het enige geluid is het zachte filpfloppen van de golven tegen de rots naast ons. Tegen elf uur rijst een bleke halve maanschijf boven de bergrug uit om na twee uur al weer te verdwijnen.

De sterrenhemel is prachtig. Ik zie een vallende ster als een snelle scherf van licht over het firmament schieten. Wat valt er te zeggen over zo´n paradijsje? Vanuit mijn slaapplaats op een kuipbank zie ik de dageraad aanbreken, "de rose vingeren van Eos", maar wel met bewolking zie foto hierbij  Die trekt in de ochtend snel weg.

We blijven een dag liggen om te lezen en te zwemmen. We hebben zelfs geen behoefte om aan wal te gaan. Ik lees de aardige thriller "De tiende vrouw" van NRC-journalist Roel Janssen , waar overigens veel zeilerij in voorkomt. In de middag komen er wat jachten ankeren, de wind trekt geleidelijk aan tot ZO Bf 5, recht ons ankerbaaitje in. Dus op zeker moment beginnen we te krabben en daarom ankeren we een stikje verderop. Tegen de avond neemt de wind af en de nacht is rustig. We slapen zonder problemen.

De navtex waarschuwt voor harde wind Bf 6 voor morgenmiddag. We genieten van een goede nachtrust. Het is bewolkt als we wakker worden. Om half negen begint het te regenen en geleidelijk komt er meer wind zie foto hierbij  Indachtig de weersvoorspelling voor vanmiddag, Bf 6 uit ZO, besluiten we het anker te lichten en te zien of er in de haven van Porto Azzuro - op slechts twee mijl afstand - plaats vrij is.

Rod Heikell beveelt in zijn pilot aan, om het in dit populaire haventje "a gem of Elba" in het midden van de ochtend te proberen. Dat blijkt een raak advies en met hulp van een medewerker leggen we in de inmiddels harde wind stern-to aan. Het is inderdaad een mooi plaatsje, maar wel heel erg druk met toeristen. Er is een kleine citadel boven het stadje, dat werd gesticht door de Spanjaarden in het midden van de 16e eeuw. Later - in de 19e en 20e eeuw - fungeerde het een tijd als gevangenis.

Het nieuwe Italië bracht er politieke gevangenen en mafiosi onder. De deining van de harde wind loopt de haven binnen, de boot rukt aan de touwen, maar we liggen stevig en na een paar uur neemt de wind af. Het is een sirocco , een zuidenwind, die kennelijk niet erg lang aanhoudt. Ik lees de hele middag met grote aandacht in de mooie biografie van Charles Williams over één van de merkwaardigste politici van de afgelopen eeuw, Generaal De Gaulle: We dineren laat, buiten op straat, in een schilderachtig steegje.

Vooral de voortreffelijke wijn uit Umbrië maakt veel indruk: Donker en krachtig, met een smaak van vanille. Het waait fors vandaag, de hele ochtend Bf 5 - 6 uit zuidoost en de hele middag uit noordwest, dus precies tegengesteld.

Voor morgen ziet het er wat rustiger uit en mogelijk steken we over naar het eilandje Giglio, een mijl of 35 naar het zuidoosten. Het ligt vlak voor de kust van het vasteland. In de  middag beklim ik de hoge rotskam boven het stadje, waar een oude citadel ligt. Ik maak er een paar mooie foto´s van het uitzicht over de baai en de haven zie hierboven en hier voor nog twee Je mag er echter niet in, de ingang wordt zwaar bewaakt.

Later vind ik uit dat het nog steeds een gevangenis is, met een honderdtal gevangenen. Porto Azzuro heette medio vorige eeuw nog Porto Longone, naar de gevangenis.

De naam had een slechte klank in Italië en toen men het toerisme wilde bevorderen heeft men de naam veranderd in Porto Azzuro. Mijn advokaat mailt dat ons beroep bij de bestuursrechter in Dordrecht tegen het niet-verlenen van een briefadres door de Gemeente Papendrecht is verworpen. Voor de achtergrond van die zaak, klik hier We hebben het dus verloren en dat is jammer. De tekst van de uitspraak is er nog niet, die wil ik even afwachten voor ik definitief commentaar geef en er misschien een artikeltje voor Zeilen over schrijf.

Het schijnt te draaien om de termijn van twee jaar. Wereldzeilers die langer dan 2 jaar wegblijven - wat de meeste wereldzeilers doen - zouden geen recht hebben op een briefadres, tenzij de gemeente zich "soepel" opstelt. Zoals Gorinchem in ons geval. Het is allemaal niet zo erg, maar het klopt niet. Om negen uur gooien we los. De wind is Noord Bf 2 - 4. Met een heerlijk bakstagwindje zeilen we rustig naar het Isola del Giglio, ofwel het "Eiland van de Lelie", aldus onze pilot.

Er schijnen in het voorjaar overal lelies te bloeien. Rare tijd voor lelies. Ans zont bloot aan dek zie foto hier In de verte rijst het eiland op uit zee als een hoge, blauwgroene berg. Aan stuurboord zien we nog zo´n berg, het onbewoonde Isola di Montecristo, een nationaal park waar je niet mag komen. En nog verder zien we vaag de kartelrand van de bergen van Corsica. Het ligt allemaal niet ver van elkaar in dit gebied, bijna het centrum van het Romeinse Rijk.

De stuurautomaat raakt een paar keer de koers kwijt - geen probleem natuurlijk omdat je alles zo goed kan zien. Volgens de pilot zijn er magnetische anomalieën  door de rijke ijzerertsafzettingen in de bodem. De wind krimpt wat, zodat we de grote genua aan loef kunnen zetten en voor de wind verder varen.

We varen langs het de kleine haven van Giglio, die vol lijkt, en omzeilen een aantal rotspunten. Daarachter ligt een mooie ankerbaai, Cala Canelle, waar we het anker uitwerpen. Het houdt meteen, daar hebben we ieder keer toch maar mooi geluk mee. Ons Danforth-anker is kennelijk goed geschikt voor de bodems van zand en zeegras hier. Schepen met ploegschaarankers zien we regelmatig tobben. Geschrokken ankeren ze verderop en een uurtje later komen ze keurig met de dinghy bij het huurjacht langs om de zaak in orde te maken.

Voor alle zekerheid duik ik onder de boot en zie dat ons anker met 30 meter ketting goed is ingegraven. Ik zie ook dat er een plastic zak om de schroef zit, die zich gemakkelijk los laat maken. Om een uur of acht steekt er een harde noordwestenwind op.

Je denkt dat je in de luwte van de bergrug van het eiland er geen last van zou moeten hebben, maar dat is niet zo. De wind valt met een rotvaart van de berg af, het schip trekt aan de ankerketting. Ik installeer me voor de nacht met het kookwekkertje en de biografie van  De Gaulle  op een bank in de kuip. Als het donker is ankert een stukje verderop een mooie, klassiek houten tweemastbark. Een halfuur later komt de maan op, helemaal vol. Om middernacht gaat de harde wind liggen, even plotseling als hij vier uur eerder begon.

De rest van de nacht slaap ik rustig op de kuipbank. Soms word ik even wakker, een enkele blik leert dat alles in orde is. Om acht staan we op. Ik snorkel een uurtje langs de rotsen naast ons. Hele scholen kleine vissen zwemmen om me heen, kennelijk onverstoord.

Aan boord terug aarzelen we, wat zullen we doen? We besluiten een kijkje te nemen in het haventje van Giglio, om wat boodschappen te doen en misschien het oude, ommuurde Aragonese vestingstadje te bezoeken, dat strategisch op de hoogste bergtop van het eiland ligt. We varen binnen maar op een steiger staat een marinero die uitlegt dat de haven completo is en dat we vanavond maar moeten terugkomen om het nog eens te proberen.

We besluiten door te varen naar het piepkleine Isola di Giannutri , een mijl of tien verderop, waar een goed besloten ankerbaai moet zijn. Met enige spijt laten we het schilderachtige Giglio achter ons zie foto hier De wind, noordwest Bf 2 - 3, houdt net de genua vol en zo sukkelen we volkomen relaxed over de diepblauwe zee.

Het Isola del Giglio schuift langzaam aan de kant en openbaart de vaag zichtbare kartellijn van Corsica. Na het middaguur valt de wind helemaal weg en moet helaas de motor aan. Maar - o schrik! Er zit iets vast aan de schroefas! We zetten de motor meteen af en aangelijnd duik ik even later onder het schip. Dan kan het alleen maar binnen zijn. Ik haal het paneel boven de schroefas los evenals de achterste panelen van de motorruimte en ik zie het direct: Er zit nog maar één schroef in, de andere liggen her en der onder de motor.

Daar vind ik ook de losgetrilde bouten. Tja, ik heb er al een jaar niet naar omgekeken. Ik schroef met enige moeite onder een lastige hoek de koppeling weer stevig vast, start de motor, de trilling is weg en alles is in orde. Ans kijkt me bewonderend en dankbaar aan, maar dit was echt een fluitje van een cent, was het altijd maar zo eenvoudig. Overigens zag ze, toen we stil lagen te dobberen, een grote grijswitte rog van zeker een meter breed, die nieuwsgierig om de boot bleef zwemmen.

Naast de kop zaten aan iedere kant twee griezelige uitsteeksels. Ze durfde me echter niet te storen tijdens mijn belangrijke werkzaamheden.

Ze probeerde foto´s te nemen, maar met weinig succes. Hier zie je er iets van, maar hij duikt net in elkaar dus zijn grootte blijkt er niet uit. We hervatten onze tocht op de motor. Ik mijmer over het leven van Charles de Gaulle , wiens biografie ik inmiddels uit heb. Wat is achteraf zijn betekenis gering geweest! Roosevelt moest echter niets van hem hebben en deed de hele oorlog lang liever zaken met het collaborerende Vichy-bewind van Pétain.

Churchill irriteerde hij voortdurend. Na de oorlog zou Frankrijk toch wel een stevige positie in Europa hebben gekregen. Zijn tweede regeerperiode in de jaren ´60 was een farce. Niemand in het buitenland nam hem nog serieus. Een visionair was hij niet, eerder een geroepene voor de grandeur en het prestige van Frankrijk. De rest deed er niet toe. Daarom hield hij zolang hij leefde de toetreding van Engeland tot de EEG tegen; het zou immers het Franse leiderschap kunnen aantasten.

Hij dacht met het verslagen Duitsland als gehoorzame partner Charlemagne te kunnen herscheppen, het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote, onder Franse leiding en met Parijs als hoofdstad. Ja maar, kan je tegenwerpen, hij gaf toch maar Algerije de onafhankelijkheid.

Zeker, maar pas toen het niet meer anders kon. Een paar jaar eerder riep hij nog tijdens een bezoek "Vive l´Algérie Francaise" Hij was een pur sang nationalist, autoritair, bekrompen en egocentrisch. De mei-revolte in Parijs van luidde zijn val in, maar veroorzaakte die niet afgezien van zijn paniekvlucht van een dag met zijn vrouw naar generaal Massu en diens troepen in Duitsland In feite veroorzaakte hij zijn val zélf, door een volstrekt nonsensikaal en overbodig referendum over participation  uit te roepen en het vervolgens te verliezen.

Eén van de eerste daden van zijn opvolger Pompidou was het instemmen met de toetreding van Engeland tot de EEG. In woonde ik in Utrecht, in één van de toen nieuwe studentenflats aan de Ina Boudier Bakkerlaan. Eén van mijn etagegenoten had een bestelbusje en daarmee reden we het stakende Frankrijk in, op weg naar de studentenrevolutie in Parijs. Alle tankstations waren gesloten en halverwege kwamen we zonder benzine te zitten, afgezien van de ene jerrycan voor onze terugkeer.

Dus gingen we terug. Twee weken later zakte ik voor mijn kandidaatsexamen geneeskunde. Ruim een halfjaar later was ik wel in Parijs, als lid van het linkse USF-bestuur de Utrechtse studenten-grondraad , om van de revolte te leren. Het was winter en bitterkoud. Nog een halfjaar later bezetten we het Academiegebouw op het Domplein. Een bezetting die verder weinig uithaalde, maar natuurlijk wel grote betekenis had voor onze eigen emancipatie.

Om half drie bereiken we het piepkleine Isola di Giannutri. Het is een nationaal park en er zijn maar twee baaien waar je mag ankeren. Gelet op de weersvoorspelling NW wind doen we dat aan de oostkant, in de Cala Volo di Motte , een hoekje van de besloten Baai van Spalmatoio waar het eilandje aan drie kanten om heen ligt.

Het is er diep en we ankeren vlak onder de rotsen met bijna 40 meter ketting. Ook nu houdt het anker meteen, hoewel ik even later snorkelend vaststel dat het plat op het zand ligt. Ans trekt de boot op de motor achteruit en 12 meter lager zie ik het anker zich na de tweede poging ingraven. Het eilandje is nog geen meter hoog op het hoogste punt, waar een vierkante kasteelruïne staat. Noordelijk daarvan zouden ergens de resten van een Romeinse villa moeten zijn, die volgens onze pilot het eigendom was van de moeder van keizer Nero.

Op de hellingen groeit stekelig struikgewas tussen verweerde, grijze rotsen. In een inhammetje verderop zijn wat huizen, er legt twee keer per dag een veerbootje aan en er begint helaas enige toeristische ontwikkeling.

In de hitte klinkt het eentonige gerasp van cicades. Om ons ligt een tiental andere jachten geankerd, allemaal verder van de rotsen af dan wij, in water van minstens 25 meter diep.

Liggen we te dicht bij de rotsen? We besluiten het maar eens aan te zien. Ik maak van een landvast een lijn die ik aan een schakel van de ankerketting klik en op een bolder beleg.

Daardoor staat de spanning niet meer op de ankerlier, hoewel die dat volgens mij best kan hebben, maar ik zag het bij vooral Engelse jachten. Enfin, baat het niet, het schaadt ook niet. De geankerde jachten in de Cala Volo di Motte vormen net een klein dorp. Je hoort mensen zacht praten. Ze zitten te eten in de kuip of zwemmen nog even voor het slapen gaan.

Een dinghy van een Italiaanse boot verderop komt langs en vraagt of we misschien een kilo bloem hebben. Ze willen zeker een pizza bakken. Als dank ontvangen we een fles witte wijn.

De volle maan komt op boven de zuidelijke heuvelrug en zakt er een paar uur na middernacht weer achter weg. Maar van slapen komt niet veel. Niet door anker-escapades maar door de steekvliegen, die zich niet laten wegjagen.

Typisch voor zo´n natuurgebied, denk ik cynisch. We worden er gek van en besluiten om half zeven dat het genoeg is. Even later laten we Giannutri achter ons zie foto hierbij en hier Het is vroeg, de wind is niet meer dan een schamele ZZO Bf 1 - 2. Zo motoren we de Tyrrheense Zee binnen. Ik zet een koers uit op de havenstad Civitavecchia op het vasteland.

De zee is geheel blak, de hemel vertoont wat hoge wolkensluiers en veren, vaak een teken van een komende weersomslag. De barometer is ook aan het zakken. Ik zit een tijd voor op de preekstoel te peinzen zie foto hier Ook Ans is stil en staart voor zich uit.

Ik weet waar ze aan denkt. Een schot in de roos. Ik kijk op de zeekaart en verleg onze koers wat meer zuidelijk, naar Fiumicino, de haven van Rome met het grote internationale vliegveld, het Leonardo da Vinci Airport.

Omdat we zo vroeg zijn vertrokken, kunnen we het gemakkelijk halen. Om half vier varen we langs het vliegveld. Ieder halve minuut zien we vliegtuigen opstijgen en landen. Er zijn veel jachthavens in Fiumicino, maar op basis van de pilot kies ik de grootste uit, de Porto Turistico di Roma: Een volledig kunstmatige haven, aangelegd in het moerasgebied waar twee kilometer verder in Romeinse tijden Ostia, de vermaarde haven van het oude Rome lag. Ostia Antica was een grote havenstad met ooit De val van Rome en de malaria vanuit de omringende moerassen maakten daar een einde aan.

De moerassen om de jachthaven vormen nu een natuurgebied. Hier vond men in het zwaarverminkte lichaam van de beroemde Italiaanse cineast Pier Paolo Pasolini o. We krijgen een plek tussen duizenden boten aan een lange, hoge betonnen steiger.

Natuurlijk is er betaald Internet. Tot onze vreugde vinden we ondanks het hoogseizoen een goedkope vlucht van Transavia. Volgende week woensdag landen we ´s avonds laat in Rotterdam voor een weekje Holland. Hiernaast zie je een luchtfoto van deze haven. Hij is volledig kunstmatig met een vorm die doet denken aan de nog veel maffere havencomplexen, die ze tegenwoordig in de Golfstaten maken. De architect liet zich inspireren door het Ostia Antica van de Romeinse tijd.

Wij liggen aan de linkerkant van de haven aan de middelste steiger, rechts, vier plaatsen vanaf het eind. Dan kan je zowat bij ons aan boord stappen.

Vandaag is een dag van dingen uitzoeken en regelen. Maar eerst moet ik langs het kilometerslange havenfront lopen, langs gebouwen met arcaden en winkeltjes, naar een minimarket om vers brood te halen. De juffrouw van de kassa is zo dom als een ui: Ik maak een opmerking - het lieftallig wichtje spreekt geen Engels - en krijg de kassabon die Ik zeg "cinco centimes?

De relatie met dit meisje is onherstelbaar kapot. Het hele havencomplex dus, ligt volledig van alles geïsoleerd tussen het moeras met de resten van het antieke Romeinse Ostia en de zee. In de lengte is het bijna twee kilometer lang met de gebouwen met winkelarcaden en parkeerplatformen er bovenop. Zonder auto begin je hier niks. Het is niet druk. Kennelijk is het Italiaanse vakantieseizoen nog niet aangebroken.

We maken uitvoerig schoon schip en doen via Internet - een genot, zo´n Internetverbinding aan boord! We ontvangen ook de uitspraak van de Dordtse bestuursrechter in ons geschil met de Gemeente Papendrecht klik hier voor de tekst Ik lees hem twee keer door maar kan er nog geen touw aan vastknopen.

Ik werk liever eerst de website bij. Bij het havenkantoor kunnen we gelukkig afspreken dat Dulce voor twee weken kan blijven liggen op haar huidige plek voor een prijs die niet tegenvalt. Dat is heel bijzonder, hij krijgt een plekje in het kantoor. Verder leggen ze uit hoe we het best naar het vliegveld en naar Rome kunnen reizen: Dat laatste gaan we morgen doen. Eind van de middag lopen we naar de zuidoostelijke uitgang van het complex en komen tot onze verbazing in een soort achterbuurt langs het strand.

Het lijkt wat op die wijk in New York waar de West Side Story speelt, verveloze flats, vuile trottoirs, autowrakken langs de stoep, omgevallen vuilnisbakken, groepjes mannen en jongens op straat met ontbloot bovenlijf, die je zwijgend aanstaren als je langs loopt. In een kleine supermarkt slaan we boodschappen voor het weekend in, waaronder - door de eigenaar flinterdun gesneden, heerlijke carpaccio waarvan we ´s avonds smullen met peper en ramenaspasta meerrettich , in de magnetron gepofte aardappels met knoflookboter, kikkererwten en een salata romana.

Wat kan ze dat toch goed, mijn Ans. In het najaar gaan ze weer terug naar Lagos om er opnieuw de winter door te brengen. Vandaag gaan we naar Rome. De stad is groot en en is zoveel te zien, dat je er minstens een paar weken zou moeten doorbrengen. We maken ons dus geen illusies en beperken ons: Daar moet het bij blijven. We lopen naar een kaal plein in het schamele buurtje naast de jachthaven.

Daar stopt een bus die ons naar het station Lido Central van deze voorstad van Rome zal brengen. Het is nog vroeg maar al zinderend warm. Rome moet je eigenlijk in het voor- of naseizoen bezoeken. Een snelle, moderne metro zie foto hier brengt ons bovengronds in een halfuur naar het station Piramide. Ook hier heeft overal op gebouwen, borden, schuttingen en rijtuigen de lelijke volksziekte toegeslagen, die graffiti heet.

Zelfs de ramen van een aantal wagons zijn dichtgespoten. Helaas is er nog steeds geen remedie voor gevonden. In Piramide stappen we over op een oudere lijn die onder de grond duikt. Twee stations verder is het Colosseum. Het openbaar vervoer is hier fijnmazig, met hoge frequentie en zeer toerist-vriendelijk: Bovengronds staan we meteen oog-in-oog met het Colosseum. Het is nog groter dan ik had verwacht, dit indrukwekkende relict uit het antieke Rome temidden van het eromheen razende, moderne stadsverkeer.

Het heeft bijna twee millennia stand gehouden - nou ja - het is gedeeltelijk ingestort tijdens een aardbeving ongeveer jaar geleden, maar toch. Eigenlijk is het een soort tijdreiziger; wat is er in al die eeuwen niet allemaal gepasseerd binnen en buiten deze enorme muren? Ik kan me nu beter voorstellen hoe machtig Rome geweest moet zijn, het centrum van de antieke wereld, hoofdstad van één van de eerste wereldmogendheden.

In de brandende zon lopen we om de ellipsoïde kolos. Er staan lange rijen bezoekers, maar met betaling van een tientje p. De gids, een kleine grijzende, zongebruinde vijftiger, geeft ons een geïnspireerde rondleiding. Hij kan er wat van, deze gids: Down in this wide arena people and wild animals, lions, tigers, hyena´s, bulls, fought with each other in sheer stress and agony, screaming, yelling, cursing their fate, crying for help, vomiting, urinating, defaecating, bleeding, begging on their knees for mercy to the Emperor and the roaring public, killing each other and dying in vast quantities only to be swiftly replaced by fresh desperate men and animals" Zulke beeldrijke teksten blijven je bij.

Hier zie je een viertal foto´s, de laatste twee van de plaats waar de loge was van de Keizer en de hofhouding, de ambassadeurs, de senatoren en andere belangrijke personen.

In de 18e eeuw heeft men op die plaats een stalen kruis geplaatst, als je goed kijkt zie je het op de foto´s. Teken van overwinning of van mededogen?

In de latere eeuwen, onder de christelijke Keizers, waren de Spelen afgeschaft en werd het grote amfitheater niet veel meer gebruikt. In de vijfde eeuw van onze jaartelling viel het Westromeinse Rijk definitief, Rome werd veroverd door barbaarse volkeren. De rijke paleizen, bibliotheken, thermae, theaters en ook het Colosseum werden verwaarloosd en vervielen.

Veel kennis en kunde gingen verloren. Er brak een donkere tijd aan, de Dark Ages , de Donkere Middeleeuwen. Barbaarse volken huisden in de ruïnes, families woonden in de afbrokkelende arcaden en krochten van het Colosseum. Ze sloopten de marmeren vloeren en de rijen zetels om de arena, hakten overal gaten in de pilaren en draagmuren, op zoek naar de bronzen verbindingsstukken, want het vermogen tot het zelf maken van brons was verloren gegaan zie foto hier  Zo ondermijnden ze het gebouw verder.

In de vijftiende eeuw stortte een groot deel in tijdens een aarbeving die ook andere antieke delen van Rome verwoestte. Het zou me niet verbazen als er nog tijdens de laatste Wereldoorlog troepen in het Colosseum gehuisvest waren.

De hand van latere generaties is in de geschiedenis zelden mild. We dwalen uren door het enorme complex. De toenemende hitte, door de muren teruggestraald - het is 38° - noopt ons tenslotte weg te gaan. We nemen de metro naar de buurt waar de Trevi Fontein is. In de schaduw van een van de vele straatjes genieten we een smakelijke, Italiaanse lunch zie foto hier Anderhalf uur later zijn we bij de fontein, die we onmiddelijk herkennen van de haast mythisch geworden scène uit "La Dolce Vita" Alleen is het kleine plein overstroomd met toeristen zie foto hier Kon je maar in dat verkoelende, lichtblauwe water springen!

Maar een tweetal carabinieri is alert om zoiets te verhinderen, dus volstaan we met ieder een muntje in de fontein te werpen en te wensen dat we hier samen nog eens mogen terugkeren.

We gaan met bus en metro terug naar het Forum Romanum en in de schaduw van een statige cypres, liggend in het gras op een heuvel bij Caesar´s triomfboog, sluimeren we een uurtje.

Metro en bus brengen ons terug naar zee. Om zeven uur zijn we weer op de boot. Moe maar voldaan, zoals dat heet. Vandaag nemen we het ervan na de zware dag van gisteren en blijven aan boord. Er is overigens weinig in deze giga-jachthaven te beleven. Onder kilometerslange arcaden slenteren wat gezinnen en stelletjes langs de winkeltjes, maar het is erg rustig zie foto hiernaast De zon brandt onbarmhartig.

Sommige bootbezitters hebben gisteren - zaterdag - hun boot schoon gespoten en komen vandaag met hun familie langs, eten lang en uitvoerig aan boord, gaan een uurtje varen en daarna gaan ze de boot weer schoonspuiten. Dan is de dag weer voorbij. Ik koop twee bijgewerkte pilots in de chandlery verderop: Daarna download ik van de  website van de uitgever, Imray , alle supplementen en aanvullingen, ook van de Italiaanse pilot. Ik bestudeer de uitspraak van de Dordtse bestuursrechter in ons geschil met de Gemeente Papendrecht, zit te overwegen om een artikel voor Zeilen te schrijven over onze ervaringen op Elba en begin in een nieuw boek, "Breaking the spell.

Religion as a natural phenomenon" van Daniel C. Morgen gaan we naar Vaticaanstad. De dag van ons bezoek aan het Vaticaan. Met bus en metro gaan we op weg. De eerste metro komt langs een halte die Ostia Antica heet.

Hier liggen de ruínes van de voormalige haven van het Rome van de Romeinen. De verleiding om uit te stappen is groot, maar we reizen verder, het is onmogelijk om alles te zien. Op zeker moment stapt er een ietwat gezette, onbestemde man met een klarinet de coupé binnen. Hij stelt zich op bij de deuren en begint "Les feuilles mortes" te spelen. Een mooi begin van de dag. Op station Piramide stappen we over, rijden een keer verkeerd, maar komen toch uiteindelijk terecht op het knooppunt Termini en nemen de lijn naar het station op de Via Ottaviano.

Onderweg steken we de Tiber over. Vanaf Ottaviano lopen we naar het Sint Pieter Plein. Het ziet er zo uit als ik me het herinner van de talloze keren dat er beelden van op televisie waren. De trappen van de Sint Pieter, het bordes waar de pausen de jaarlijkse zegen Urbi et Orbi  over de stad Rome  en de wereld uitspreken, de vleugel met de vensters van de privé-vertrekken waarachter maandenlang de stervende paus Woytila Johannes Paulus II lag en waar hij zich af en toe even aan de bezorgde menigte toonde, die dag en nacht op het plein zijn dood afwachtte, de mal geuniformeerde wachters van de Zwitserse Garde, die de toegangen bewaken, het is er allemaal.

Dit is het grootse en indrukwekkende centrum van een wereldgodsdienst; natuurlijk is alles bedoeld om indruk te maken want een religie zonder macht, pracht en praal nemen de mensen niet serieus. Het is bewolkt, dus gelukkig niet zo heet als eergisteren bij het Colosseum. Soms vallen er wat druppels.

Er zijn duizenden mensen op het plein. Velen staan in een een lange rij, die zich naar de Sint Pieter slingert zie foto hier  Dat kost uren! Maar we kunnen net als eergisteren met een betaalde gids mee, die ons snel langs de duizenden wachtenden en door de bezienswaardigste punten van het Vaticaan zal loodsen. Het is een Amerikaanse, Cathy , een vlotte praatster die al vier jaar in Rome woont.

Toch duurt het wel even voor iedereen in de groep kaartjes heeft en, voorzien van een ontvangertje met oorknopjes, achter Cathy en haar behulpzame zus Kelly aan snelt naar de Vaticaanse musea. We worstelen ons door de drommen toeristen in ijltempo over binnenplaatsen, gangen, patio´s, zalen, trappen, galerijen, allemaal vol met een duizelingwekkende hoeveelheid antieke beelden, mozaïeken, schilderijen, tapijten, wat niet al.

De rijkdom aan kunstwerken is fenomenaal en verwarrend. Als je dit allemaal rustig zou willen zien, ben je jaren bezig! Een paar springen eruit, soms alleen maar omdat er toevallig niemand voor staat.

De beroemde beeldengroep van Laocoön en zijn zonen, worstelend met de slangen foto hier , een prachtig klassiek torso zonder armen en benen dat een inspiratiebron zou zijn geweest voor zowel Michelangelo fresco van de zegevierende Christus als voor Auguste Rodin De Denker - rechts ervan zie je op de foto trouwens gids Cathy, in de gele jurk foto hier - , een merkwaardig bronzen beeld dat pas in de 19e eeuw in Rome werd opgegraven en dat na zijn opstelling in het Colloseum door de bliksem getroffen werd en waarvan men aanneemt dat de Griekse halfgod Hercules voorstelt foto hier - een blikseminslag die voedsel gaf aan tal van interpretaties als goddelijk teken.

Het gaat steeds meer op een kermis lijken, ik word er een beetje lacherig van. Op zeker moment zien we in het gelaat van een beeld van een Griekse strijder, dat wat terzijde staat in een galerij, onmiskenbaar de trekken van  Bill Clinton op jongere leeftijd zie foto hier.

Via de fameuze Kaartengalerij en een aantal brede en daarna smalle trappen komen we tenslotte in de Sixtijnse Kapel met de wereldberoemde fresco´s van Michelangelo. Cathy geeft uitvoerig uitleg. We zitten op de banken langs de wanden met de erop geschilderde gordijnen, waar de kardinalen zitten tijdens de urenlange, geheime sessies van een Conclaaf , als er een nieuwe paus gekozen moet worden.

Vlak naast ons is de plaats van het kacheltje, waar met witte of zwarte rook de buitenwereld, verzameld op het Sint Pieter Plein of achter de beeldbuis thuis, geïnformeerd wordt. Het voelt alsof we naar de Middeleeuwen zijn afgedaald.

Je mag in de Sixtijnse Kapel niet fotograferen, sinds een Japanse firma de fotorechten heeft gekocht. Ik doe het natuurlijk toch, maar de foto is mislukt bewogen  Daarom staat hierboven een plaatje vanaf het Internet. De schilderingen zijn trouwens beeldschoon, vooral die tegen het plafond die het scheppingsverhaal voorstellen.

Daarna laat gids Cathy ons vrij voor de Sint Pieter basiliek. Die is enorm foto hier  We lopen naar rechts, naar de kapel met de beroemde Piëtà van Michelangelo.

Er staan een kogelwerende glaswand en een menigte mensen voor. Over de schouders van de bezoekers proberen we een glimp op te vangen. In probeerde een gestoorde geoloog met een hamer het beeld stuk te slaan; hij riep dat hij de opgestane Christus was. Sindsdien mag je er niet meer dichtbij komen. We staan, lopen en zitten hier en daar wat in de gigantische ruimte. Je krijgt er geen grip op. De koepels, groot en klein, zijn prachtig. De rijkelijk versierde altaren, het kostbaarste marmer, het goud en zilver de ornamenten, de beelden, het is niet te bevatten.

En dan die verhalen! De basiliek werd gebouwd op de plaats waar men sedert eeuwen het graf van de apostel Petrus veronderstelt. Eens stond hier het Circus , waar keizer Nero zijn wrede Spelen liet houden.

Erachter zou men Petrus hebben gekruisigd, op Petrus´ verzoek op zijn kop om niet op dezelfde manier als Jezus te sterven. Hier zocht men tussen de duizenden botten niet lang geleden nog naar zijn gebeente, dat aan drie echtheidscriteria moest voldoen: Na de kruisdood werden die verwijderd, om de ontsnapping te verhinderen van wie de kruisiging overleefde.

Niet nóg een opstanding, zal men hebben gedacht. Ik weet niet of die botten gevonden werden. We hebben geen moed meer om de koepel te beklimmen en gaan naar de kelders onder de basiliek met de graven van de pausen. Daar lopen we ondermeer langs het graf van de laatstoverleden paus, Woytila. Er staat een tiental biddende mensen bij. Ik wil even teruglopen om het beter te bekijken, maar een bewaker fluistert dat het niet mag. Not possible , fluistert hij. Ik haal mijn schouders op en loop verder.

Roomse fratsen, zou mijn moeder hebben gezegd. Het is curieus dat ik juist nu bezig ben met het boek van Daniel C. Dennet , dat religie omschrijft als een natuurlijk fenomeen in de evolutie van onze hersenen, die uiterst ontvankelijk zijn voor de suggestieve kracht van mythologische betekenisgeving, geboden en verboden, verhalen en riten - een fenomeen dat zichzelf ook weer een keer zal overleven zodra het niet meer bruikbaar is en geen evolutionair voordeel meer biedt.

Zal ik het einde van de bruikbaarheid van religie nog meemaken? Of is het misschien al zover? Vermoeid lopen we de basiliek uit, langs de toegangspoort naar het Vaticaan, die bewaakt wordt door twee Zwitsers foto hier De paus is momenteel in Australië.

We nemen de metro terug naar station Termini. Het is helaas een oud treinstel zonder airco , dat afgeladen met zwetende, tegen elkaar aanhangende mensen tergend langzaam door de gloeiend hete, broeierige en benauwde tunnels sukkelt.

Ook in de aansluitende verbindingen treffen we het niet, zodat we bezweet en doodmoe aan boord terugkomen. Morgen een rust- en opruimdag. Overmorgen vliegen we ´s avonds naar Nederland. Vandaag een rust- en opruimdag, is de bedoeling. Maar vannacht begint het hard te waaien - NW Bf 5 tot 6 in de haven - en de boot rukt wild aan de touwen. We staan vroeger op dan bedoeld om de mooringlijn aan de voorkant strakker te spannen met behulp van de electrische lier - anders krijg je er geen millimeter beweging in.

Aan de achterkant ruim ik de landvasten wat verder, zodat we verder van de steiger liggen. In de loop van de dag blijft de harde wind doorstaan.

Ik leg aan de spiegel twee kruisende landvasten op de wal, waardoor we wat meer stabiliteit hebben. Voor de rest luieren we en ruimen op: Verwonderd zien we hoe onze buurman zijn strak gestroomlijnde, metaalgrijze "strijkbout" voor de derde opeenvolgende dag helemaal wast en afspuit, exact in dezelfde volgorde als alle vorige dagen. Hij is er nog geen uur mee weg geweest en is alsmaar alleen aan boord.

Heeft zijn vriendin hem verlaten? Misschien wel om die boot niet alsmaar schoon te hoeven maken? Enfin, speculaties, we bemoeien ons er niet mee maar verzoeken hem alleen vriendelijk of hij zijn blèrende radio a.

Aan het eind van de dag bedenk ik dat ik eens moet kijken hoe de zelfontspanner van mijn camera eigenlijk werkt.

Dat levert bij de avondborrel de bovenstaande foto op. De meeste voorbereidingen om de boot goed achter te laten voor ons bezoek aan Nederland deden we gister al. Om vier uur brengen we Lord Byron in zijn kooi naar het havenkantoor. Hij krijgt een plaats op de frisdrankautomaat zie hiernaast en vindt het allemaal best.

We maken de boot klaar, sluiten hem af en trekken de loopplank in. Om zes uur brengt een taxi ons naar de overzijde van de Tibermonding, naar het Leonardo da Vinci vliegveld in Fiumicine. Exact op tijd, Onderweg zien we onder ons eilanden die we bezochten: Giannutri, Giglio, Elba en het noorden van Corsica. Later, glanzend in de schemering, de besneeuwde toppen van de Alpen en de kalme spiegel van het Meer van Genève.

Boven Brussel wordt de landing ingezet. Tweeëneenhalf uur vanaf Rome, we deden er een jaar over om het te bereiken. In Rotterdam halen Ans´ schoonzoon Michel en dochter Tessa ons af. De eerste dagen logeren we bij oudste dochter Barbara. Tot half twee vannacht praten we bij.

Vanmorgen huren we een autootje met de kleur van een aubergine, volgens de dame van Europcar. Bij Correct in Rotterdam kopen we de splinternieuwe, herziene editie van de "Adriatic Pilot. Het is heerlijk zonnig weer, de bijgaande damesfoto met één heertje getuigt daarvan.

De planetenjager Corot , de Franse satelliet die sinds het voorjaar van het heelal afspeurt naar exoplaneten, heeft iets bijzonders gevonden, meldt de website van Astronieuws  Een zogenaamde "hete Jupiter", een grote gasplaneet wiens rotatiesnelheid gelijk is aan zijn omlooptijd om de ster, waar hij om draait.

Daardoor toont hij altijd hetzelfde halfrond aan zijn ster. Bijzonder, maar Corot heeft nog steeds geen echte "aardachtige" planeet gevonden.

Zie voor de achtergronden hier. In de ochtend haal ik in Drimmelen bij Rob Krijgsman , de importeur van Jeanneau in Nederland, een nieuw verwarmingselement voor onze boiler. Medewerkster Berna had hem al een paar maanden geleden voor me apart gelegd. Terug aan boord moet ik uitzoeken of ik zelf het kapotte element kan vervangen. Het ziet er niet moeilijk uit, foto hiernaast. Daarna rijdt ik naar Breda. Daar liggen mijn ouders begraven op begraafplaats De Bieberg in Ginneken.

Het graf ziet er netjes uit; een oud-beheerder van de begraafplaats houdt het bij. Ik trek wat onkruid weg, mijn moeder zou - geloof ik - wel tevreden zijn. Terug in Gorcum parkeer ik in de binnenstad en slenter wat door het centrum. Ans heeft ondertussen ergens afgesproken met een jeugdvriendin. Wie dat verhaal niet kent, kan het hier lezen Terug naar boven. Het is hartverwarmend om de oude vrienden terug te zien.

We zitten in de mooie, besloten tuin van hun landelijk gelegen huis in Wijk en Aalburg, drinken rode wijn en praten bij. Ze tonen de "foute kathedraalboom" die er gezond uitziet na een periode waarin hij wat ziekelijk was. Het is jammer dat hij op deze breedtegraad nooit zal bloeien en vruchten dragen Voor het verhaal van de "foute kathedraalboom", klik hier Later rijden we naar het oude stadje Heusden, waar we op een terras op de Vismarkt verse mosselen eten bij Restaurant Centraal zie foto hiernaast.

Vanmiddag rijd ik naar een eveneens oud plaatsje, Heukelum, waar in de Gasthuisstraat 1  Proeverij de Goede Neus staat. Ook wel Wijnhuis Heukelum genoemd, de zaak van Inge Hogerdijk , mijn oude vriend en vroegere buurjongen op de Deilsedijk in Deil. Op vrijdag- en zaterdagmiddagen kun je er wijn proeven en kopen, ik reed destijds vrijwel wekelijks even naar Heukelum. Aan de houten stamtafel is het vanouds gezellig - er komen zowaar vroegere buren uit Deil langs: Wybo Dekker en Anny Tissot van Patot.

Zij voeren met ons mee naar Cowes op de voorjaarstocht van Dulce in klik hier voor het verhaal van die tocht Hier staat een foto van Inge en zijn vriendin Jacqueline in de voordeur van de proeverij. Zulke gezellige uurtjes zijn goud waard. Natuurlijk mis ik die zaterdagse samenkomsten wel eens. Toch verlang ik nu al weer naar de boot en naar verder te zwerven door de wereld. Dit is één van die ongeremde hoogzomerweken, zoals ik me die herinner uit mijn jeugd. Warme, lome dagen rijgen zich aaneen en ´s nachts lig je te woelen onder niet meer dan een laken.

Dagen zoals ze vroeger waren, toen mijn broertje en ik meer dan vijftig jaar geleden in Gaasterland logeerden bij de ouders van mijn moeder. Hun hoge huis stond in Rijs, midden op een tuinderij aan de rand van het Rijsterbos.

Ze woonden in het bovenste deel van dat huis. Er stond een naam op, ik meen dat het Pomona heette, de naam van een Romeinse godin voor boomvruchten zegt Wikipedia In mijn herinnering was het toen altijd zomer, compleet met hevige, zomerse onweersbuien zoals we die nu ook hebben. Beppe, mijn grootmoeder, stond dan stil en angstig opzij van het raam naar buiten te kijken, waar kartelige bliksems de hemel in stukken scheurden en felle donderslagen dreunden.

Ze was altijd bang voor onweer. Niet ten onrechte gelet op de hoogte van het huis. Je moet de seconden tellen, zei ze, zoveel seconden, zoveel kilometer is het onweer weg. Vanmiddag leen ik een fiets en peddel uren over de dijkjes van de Linge in de buurt van Spijk.

Het Betuws landschap is vol van overdadig groen. Mensen varen en zwemmen in de Linge. In een gehuchtje met de naam Vogelswerf is een uitspanning in een boomgaard, ik drink er een glas vers geperst sinaasappelsap.

Vogels kwetteren om me heen, zacht gefilterd zonlicht valt door het gebladerte. Ooit zullen we stoppen met varen, willen we dan hier ergens wonen? Aan het eind van de middag verhuizen we van logeeradres, van Barbara Ans´oudste dochter naar Tessa de jongste , een aantal straten verderop in Gorcum.

Daar brengen we de rest van ons verblijf door. We maken afspraken over wanneer ze ons aan boord komen bezoeken: Vannacht een knetterend onweer met veel regen. Een geweldige knal vlakbij duidt op een inslag.

Later horen we dat er op een spoorbrug van de Betuwelijn, anderhalve kilometer verder, een inslag is geweest. De lucht is een beetje betrokken, het licht is van een gefilterd wit en er hangt een lome warmte in de stad. Utrecht ziet er als altijd mooi uit zie foto hiernaast Ik heb bijna vijftien jaar gewoond in deze stad, van toen ik er medicijnen ging studeren, tot toen ik naar Deil verhuisde.

Een ander bekend loopje is naar de Drieharingsteeg, naar de "platenzaak" van Staffhorst. Je kunt er vaak oude films op DVD kopen. Ik schaf er drie aan voor 25 euro. Later strijk ik neer voor een kop koffie op een bank voor Restaurant Graaf Floris op de Vismarkt en raak aan de praat met een man van geschat  midden 40 die na een carrière in de financiële sector een zware hartoperatie moest ondergaan.

Noodgedwongen moest hij uit de ratrace stappen. Hij vertelt hoe hij bezig is zichzelf opnieuw uit te vinden - zoals hij het noemt - ondermeer door veel te reizen in Italië en met name langs de Amalfi kust. Hij vertelt er enthousiast over. Het is een gebied waar we nog langs zullen varen, op weg naar Sicilië. Terug bij Tessa in Gorcum boeken we een trip voor mijn jongste zoon Bas naar Palermo.

Daar pikken we hem op en van 23 tot 30 augustus komt hij met ons meevaren. Gisteravond en vannacht valt er weer regen. Desondanks blijft het broeierig en warm. De Hondsdagen, zegt de krant. Vandaag is Ans weer bij haar moeder. Ik maak al peinzend een lange wandeling door Gorcum. Ik zal nog wel eens opschrijven wat ik allemaal dacht, maar nu nog niet. Morgen vliegen we vroeg in de avond terug naar Fiumicino bij Rome. Benieuwd hoe het met Lord Byron is.

De week in Holland is voorbij gevlogen. We pakken de koffers in en vrezen voor enig overgewicht door alle nieuwe boeken.

We rijden langs het verzorgingshuis en nemen afscheid van Ans ´moeder. Op Zestienhoven leveren we de huurauto in, checken in er wordt geen overgewicht gerekend , kopen een cadeautje voor de mensen van de jachthaven die op Lord Byron passen drie oud-Hollandse koffiemokken met molens, klompen en tulpen erop , kopen toch nog wat laatste boeken en wachten een uurtje op het terras op het dak van het vliegveld zie foto hier Het toestel naar Rome vertrekt met een kwartier vertraging.

Tot onze verbazing is het helemaal niet vol. De lucht is heiig, er is weinig uitzicht. Boven Duitsland en de Alpen onweert het flink, we vliegen op 12,5 kilometer hoogte er net boven en hebben er nauwelijks last van. De vlucht duurt slechts 1 uur en 50 minuten. Onwezenlijk kort, we zijn zomaar weer in de wereld van varen en zwerven waar alles een totaal ander tempo heeft.

In Fiumicino is het tamelijk chaotisch, we worden naar een verkeerde bagageband gedirigeerd, na twintig minuten wachten blijken we naar een andere band te moeten. Buiten vraagt een taxichauffeur liefst 40 euro om ons naar de haven te brengen, we weigeren resoluut en hij brengt ons voor 30 euro, dezelfde prijs als een week geleden op de heenweg. Het is al donker als we bij ons bootje staan. Het ligt er prima en ongeschonden bij. We sjouwen de bagage aan boord, switchen schakelaars om, zetten afsluiters open, pakken uit, ruimen in, en Het is ontzettend warm en volledig windstil.

Morgen halen we Lord Byron op, doen boodschappen, maken de boot verder klaar en dan gaan we overmorgen, vrijdag, verder naar het zuiden. We slapen uit, maar om tien uur verdrijft de hitte ons uit bed, of beter: Het is  al ruim 30° Op de wal is het drukker dan voor onze reis naar Holland. Er lopen veel meer mensen rond en er is nu ook een toeristentreintje met een rinkelbel, dat je voor een euro langs de kade met de eindeloze winkelarcaden naar de andere kant van deze enorme jachthaven brengt.

We lopen naar het havenkantoor om Lord Byron op te halen. Hij lijkt wat timide en somber en heeft ook nogal wat staartveren verloren, maar hij heeft het in elk geval overleefd. Hij floot weinig en sliep veel, vertellen ze. Thuis aan boord maken we zijn kooi schoon, geven hem allerlei lekkere stukjes fruit en hangen hem op zijn vast plek in de kuip.

Hij geeft wat benepen piepjes maar doet er verder het zwijgen toe. We maken verder schoon schip zie bijgaande foto , Ans draait de wasmachine en ik controleer het peil van de motorolie en trek de bouten van de schroefaskoppeling nog een keer extra aan. In de heetste uren van de dag schuilen we onder de bimini. Het is 36° Ik lees in één ruk het boekje uit van Chris van der Heijden over het Israëlisch-Palestijnse conflict, "Israël. Een onherstelbare vergissing" Bert Bakker, , dat ik gisteren nog snel kocht.

Jaren terug las ik zijn " Grijs verleden" waarin hij, zelf kind van ouders die lid van de NSB waren, laat zien hoe de overgrote meerderheid van de Nederlanders zichzelf zonder veel verzet door de oorlog schipperde. In dit laatste boekje bladzijden met een omvangrijk notenapparaat  beschrijft hij de wordingsgeschiedenis van de staat Israël, inderdaad een tragische fout van de grote mogendheden, met name de Britten en tegenwoordig de Amerikanen, die niet meer terug te draaien is.

De passages over de slachtingen die joodse terreurgroepen, maar ook het reguliere leger! Ook de verkrachtingen van moslimvrouwen door Israëlische soldaten.

Ik had zoiets van joodse mensen niet verwacht. Israël verschuilt zich nu achter een hoge muur, met electronica en kernwapens, tegen de explosieve groei van de Palestijnse bevolking aan de andere kant.

Het creëert zijn eigen getto. Inderdaad, de Israëlische zeilers die wij dit jaar tegenkwamen, durven niet eens de eigen vlag te voeren; ze hebben een of andere Caribische vlag op de spiegel. Voor de oplossing van dit gevaarlijke conflict, een potentiële bron voor onophoudelijk terrorisme en mogelijk een nieuwe wereldoorlog, zijn concessies nodig die noch Israël noch de Palestijnen zullen doen, vrees ik. De politiek wordt aan beide kanten in feite jammerlijk gegijzeld door groeperingen van religieuze fanatici.

Altijd weer die verderfelijke invloed van religie! Van der Heijden is er ook somber over:. De enige kijk daarop begint met de erkenning van de beginfout en - schuld zonder boete is een wassen neus - de aanvaarding van de consequenties.

Want zonder erkenning van de fout én een schadeloosstelling aan de slachtoffers kan het met Israël, de Palestijnen en dus met één van de belangrijkste conflicten op onze wereld alleen maar nóg slechter gaan" pag. Het KNMI maakt in een nieuwe studie vandaag bekend dat de opwarming in Nederland twee keer zo snel is dan het wereldgemiddelde van de laatste vijftig jaar.

Het wordt "hoogst waarschijnlijk" niet veroorzaakt door natuurlijke schommelingen. Met name de jaren en gaan ver uit boven natuurlijke trendschommelingen. Helaas strekt die trend zich nog over een beperkt aantal jaren uit en je moet je afvragen hoe betrouwbaar dat is.

De oorzaak van de snelle opwarming in Nederland legt men bij de snellere opwarming van het water van de Noordzee. Eind van de middag rekenen we af op het havenkantoor. Ineens moet er 50 euro bij voor afvoer van "the garbage" Is de prijs dan niet all-in? Nee, en in ons geval is het maar voor een week, is het antwoord. We hebben toch het gevoel dat we bedonderd worden, maar ze hebben op Lord Byron gepast, dus we laten het maar zo. We slaan voorraden in bij een supermarkt op het plein in de achterbuurt, oostelijk van de haven.

Ongeveer drie kilometer lopen, dus zes heen en terug, met de boodschappenkar en twee volle tassen. We hadden gehoopt op het toeristentreintje, maar dat is er even niet. In de chandlery kopen we drie detail-kaarten van de kustgebieden tot en met Sicilië. Na een benauwdwarme nacht staan we vroeg op. Ik breng de steigersleutel twee kilometer verderop naar de bewaking bij de slagboom en incasseer het deposito van 20 euro. Het haven kantoor gaat namelijk pas om negen uur open.

Overigens moet ik corrigeren dat we gisteren bedonderd werden, want voor de kosten van de vuilnisafvoer kregen we een keurige, genummerde factuur. Om half negen gooien we los en nemen liter diesel in bij de bunkersteiger. Er is geen wind - NNW Bf 1 - en geen deining, de zee is glad als een spiegel. Het logwieltje zit weer eens vast, dus voer ik de bijna-routine operatie uit van het los te schroeven, de reservestop erin te draaien en een hoop aangroeisel te verwijderen alvoren hem terug te plaatsen.

Dan is er plaats. We motoren langs de aanlegplaats voor de talrijke veerboten en werpen daarachter het anker uit. Na anderhalf uur zijn we weer terug en meren stern-to aan aan de kade. Het blijkt overigens de duurste haven die we tot dusver bezochten: Niettemin genieten we de luxe van walstroom, kunnen de wasmachine draaien en de tanks vullen. Het uitzicht is levendig en we besluiten vanavond in het restaurant tegenover onze ligplaats te gaan eten zie foto hier Ik vind een Internet-café op de kade en zie in de e-mail een door zawger Cees  ingescande brief van de politie over mijn wapenvergunning voor ons seinpistool.

Of ik langs wil komen om de vergunning te verlengen. Ik had nota bene persoonlijk destijds uitgelegd dat we met het pistool het land gingen verlaten! Ik bel de betreffende brigadier in Dordrecht, die gelukkig adequaat reageert, zich opeens de zaak herinnert en toezegt alles te regelen en ons verder een goede reis wenst.

Zo kan het ook! Hier een foto van Dulce aan de kade van Calata Mazzini, Portoferraio. In de koelte van de avond drinken we een mojito aan de kade, hier moquito geheten. De beste die we tot dusver dronken, de knappe hoeveelheid rum wordt perfect gemaskeerd door de mintblaadjes en de limoen.

Ook de maaltijd bij Ristorante Nettuno , tegenover onze boot, is heerlijk: En natuurlijk formaggio , een espresso en van het huis een grappa na. Daarna kijken we vanuit de kuip nog lang naar de pantalonnade, de stroom slenteraars die over de kade op en neer kuiert en naar de bootjes en elkaar kijkt. De kade wordt er speciaal voor afgezet, tussen acht en twaalf uur mag er geen gemotoriseerd verkeer langs.

Ook wij begeven ons in de wandelende en keuvelende rijen. We lopen langs de mega-jachten van de miljonnairs, enorme schepen met vier tot vijf verdiepingen en bemanning, serveersters en een kok, die we druk aan het werk zien in een compleet uitgeruste restaurant-keuken.

Vandaag lees ik in de Telegraaf dat Paul Sturkenboom plotseling is overleden. Ruim twintig jaar geleden leerde ik hem kennen. Kort, want Paul was even gedreven als eigenwijs, een buitenbeentje met een enorme geldingsdrang.

Daar voelde ik me niet erg bij thuis. Toch mocht ik hem wel. Zijn werkwijze was soms origineel en vaak omstreden, toch deden tal van ziekenhuizen een beroep op hem.

De advertentie in de Telegraaf van wat spraakmakende figuren uit het Slotervaartziekenhuis niet van het ziekenhuis zélf waar hij lang - te lang - interimbestuurder was, is nogal slap: Paul was een paar jaar jonger dan ik. Hij had een tomeloze werklust. De laatste keer dat ik hem sprak, alweer vier jaar geleden, vertelde hij dat hij een buitenhuisje in Friesland had gekocht en ook was gaan zeilen, in een open zeilboot op de Friese meren. Dat zal hij vast niet veel gedaan hebben.

Nu kan het niet meer. Ik maak een grote wandeling door het stadje, over de wallen van de verschillende bolwerken, door de steile straatjes foto hier , loop wat kerkjes binnen helaas geen orgelconcerten Opeens stuit ik op de Villa dei Mulini , het huis waarin de Schrik van Europa,  Napoleon Bonaparte , zijn eerste verbanning doorbracht.

Het betrekkelijk lage, een voudige huis ligt hoog op de rotsen boven zee, naast het grote Forte Stella. Ik koop een kaartje en loop door de villa. Kleine kamertjes, weinig ingericht. Dan kom ik bij zijn studeerkamer, met een kleine bibliotheek die hij voor zijn verbanning in samenstelde uit zijn enorme collecties in Fontainebleau en Versailles zie foto boven  Bijna de letterlijke toepassing van de vraag wat je mee zou nemen naar een onbewoond eiland.

Napoleon was een nieuwsgierig man en hij las veel: Verlaine en andere Franse dichters en filosofen, de klassieken, de encyclopedisten, de Bijbel, wetenschappelijke werken. Zo onbewoond was het hier natuurlijk ook niet. Hij mocht familie en bedienden en soldaten meenemen, grenadiers en lichte infanterie en anderen waaronder Poolse lansiers. Ik loop door de kamertjes naar een raam op de eerste verdieping en bedenk dat hij hier mogelijk vaak gestaan heeft, kijkend over de weelderige tuin zie foto hier naar de grote baai waar zijn "vloot" lag, de brik Inconstant broedend op een ontsnapping.

Nog zo iemand met enorme geldingsdrang, wat is dat toch? In februari lukte het hem aan boord te gaan, de Engelse wachtpatrouilles te vermijden en naar Frankrijk te ontsnappen - om een nieuwe, vergeefse ronde van oorlog, dood en verderf te zaaien voor hij definitief werd verbannen, naar Sint Helena in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Ik verlaat het huis en beklim de helling naar Forte Stella, het bastion dat uitkijkt over de baai en de haven waar we liggen.

Er vaart juist een veerboot binnen. Ik maak er verschillende foto's, eentje staat hier. We hebben niet veel zin om weer terug naar Corsica te gaan om af te zakken langs de oostkant van Sardinie. Het is daar nu stervensdruk. We kunnen ook langs de Italiaanse kust naar het zuiden varen, temeer omdat Rod Heikell in onze pilot zegt dat het er minder druk is "with a good scattering of little visited harbours along its length" Bovendien geeft het de mogelijkheid van bezoeken aan Rome, Napels, de Vesuvius en Pompei.

Morgen willen we naar de oostkant van Elba, ergens ankeren of aanleggen in Porto Azzuro. Mogelijk laten de komende verslagen wat op zich wachten, als er geen Internet is. We vertrekken tegen elf uur, wind Z - ZW, Bf 2 - 3.

Op de motor derhalve. Al snel bereiken we de Cabo della Vita, de noordkaap van Elba. Daar waait het fors tegen, de wind draait met de kaap mee en blijft tegen als we naar het zuiden varen. Om half twee gooien we het anker uit voor het strandje van Naregno, waar we luwte hebben. Het is een idyllische plek, een klein strand, wat gezinnen langs de waterlijn, een restaurantje, pijnbomen op de rotsen naast ons en wat andere ankeraars zie foto hierbij en hier  Er daalt een diepe, weldadige rust over ons.

We zwemmen en constateren dat het anker goed is ingegraven. Een paar meeuwen komen bedelen om een hapje. Ze brengen Lord Byron in opperste extase. We dachten dat hij bang voor ze zou zijn, maar nee. Om zeven uur vertrekken de mensen op het strand en één voor één gaan ook de jachten weg. We zijn alleen met een ander Nederlands jacht, dat wat verderop ligt.

Het enige geluid is het zachte filpfloppen van de golven tegen de rots naast ons. Tegen elf uur rijst een bleke halve maanschijf boven de bergrug uit om na twee uur al weer te verdwijnen.

De sterrenhemel is prachtig. Ik zie een vallende ster als een snelle scherf van licht over het firmament schieten. Wat valt er te zeggen over zo´n paradijsje? Vanuit mijn slaapplaats op een kuipbank zie ik de dageraad aanbreken, "de rose vingeren van Eos", maar wel met bewolking zie foto hierbij  Die trekt in de ochtend snel weg.

We blijven een dag liggen om te lezen en te zwemmen. We hebben zelfs geen behoefte om aan wal te gaan. Ik lees de aardige thriller "De tiende vrouw" van NRC-journalist Roel Janssen , waar overigens veel zeilerij in voorkomt.

In de middag komen er wat jachten ankeren, de wind trekt geleidelijk aan tot ZO Bf 5, recht ons ankerbaaitje in. Dus op zeker moment beginnen we te krabben en daarom ankeren we een stikje verderop. Tegen de avond neemt de wind af en de nacht is rustig. We slapen zonder problemen. De navtex waarschuwt voor harde wind Bf 6 voor morgenmiddag. We genieten van een goede nachtrust. Het is bewolkt als we wakker worden.

Om half negen begint het te regenen en geleidelijk komt er meer wind zie foto hierbij  Indachtig de weersvoorspelling voor vanmiddag, Bf 6 uit ZO, besluiten we het anker te lichten en te zien of er in de haven van Porto Azzuro - op slechts twee mijl afstand - plaats vrij is.

Rod Heikell beveelt in zijn pilot aan, om het in dit populaire haventje "a gem of Elba" in het midden van de ochtend te proberen. Dat blijkt een raak advies en met hulp van een medewerker leggen we in de inmiddels harde wind stern-to aan. Het is inderdaad een mooi plaatsje, maar wel heel erg druk met toeristen.

Er is een kleine citadel boven het stadje, dat werd gesticht door de Spanjaarden in het midden van de 16e eeuw. Later - in de 19e en 20e eeuw - fungeerde het een tijd als gevangenis. Het nieuwe Italië bracht er politieke gevangenen en mafiosi onder. De deining van de harde wind loopt de haven binnen, de boot rukt aan de touwen, maar we liggen stevig en na een paar uur neemt de wind af.

Het is een sirocco , een zuidenwind, die kennelijk niet erg lang aanhoudt. Ik lees de hele middag met grote aandacht in de mooie biografie van Charles Williams over één van de merkwaardigste politici van de afgelopen eeuw, Generaal De Gaulle: We dineren laat, buiten op straat, in een schilderachtig steegje. Vooral de voortreffelijke wijn uit Umbrië maakt veel indruk: Donker en krachtig, met een smaak van vanille. Het waait fors vandaag, de hele ochtend Bf 5 - 6 uit zuidoost en de hele middag uit noordwest, dus precies tegengesteld.

Voor morgen ziet het er wat rustiger uit en mogelijk steken we over naar het eilandje Giglio, een mijl of 35 naar het zuidoosten.

Het ligt vlak voor de kust van het vasteland. In de  middag beklim ik de hoge rotskam boven het stadje, waar een oude citadel ligt. Ik maak er een paar mooie foto´s van het uitzicht over de baai en de haven zie hierboven en hier voor nog twee Je mag er echter niet in, de ingang wordt zwaar bewaakt. Later vind ik uit dat het nog steeds een gevangenis is, met een honderdtal gevangenen. Porto Azzuro heette medio vorige eeuw nog Porto Longone, naar de gevangenis.

De naam had een slechte klank in Italië en toen men het toerisme wilde bevorderen heeft men de naam veranderd in Porto Azzuro. Mijn advokaat mailt dat ons beroep bij de bestuursrechter in Dordrecht tegen het niet-verlenen van een briefadres door de Gemeente Papendrecht is verworpen. Voor de achtergrond van die zaak, klik hier We hebben het dus verloren en dat is jammer. De tekst van de uitspraak is er nog niet, die wil ik even afwachten voor ik definitief commentaar geef en er misschien een artikeltje voor Zeilen over schrijf.

Het schijnt te draaien om de termijn van twee jaar. Wereldzeilers die langer dan 2 jaar wegblijven - wat de meeste wereldzeilers doen - zouden geen recht hebben op een briefadres, tenzij de gemeente zich "soepel" opstelt. Zoals Gorinchem in ons geval. Het is allemaal niet zo erg, maar het klopt niet. Om negen uur gooien we los. De wind is Noord Bf 2 - 4. Met een heerlijk bakstagwindje zeilen we rustig naar het Isola del Giglio, ofwel het "Eiland van de Lelie", aldus onze pilot. Er schijnen in het voorjaar overal lelies te bloeien.

Rare tijd voor lelies. Ans zont bloot aan dek zie foto hier In de verte rijst het eiland op uit zee als een hoge, blauwgroene berg. Aan stuurboord zien we nog zo´n berg, het onbewoonde Isola di Montecristo, een nationaal park waar je niet mag komen. En nog verder zien we vaag de kartelrand van de bergen van Corsica. Het ligt allemaal niet ver van elkaar in dit gebied, bijna het centrum van het Romeinse Rijk. De stuurautomaat raakt een paar keer de koers kwijt - geen probleem natuurlijk omdat je alles zo goed kan zien.

Volgens de pilot zijn er magnetische anomalieën  door de rijke ijzerertsafzettingen in de bodem. De wind krimpt wat, zodat we de grote genua aan loef kunnen zetten en voor de wind verder varen. We varen langs het de kleine haven van Giglio, die vol lijkt, en omzeilen een aantal rotspunten.

Daarachter ligt een mooie ankerbaai, Cala Canelle, waar we het anker uitwerpen. Het houdt meteen, daar hebben we ieder keer toch maar mooi geluk mee. Ons Danforth-anker is kennelijk goed geschikt voor de bodems van zand en zeegras hier. Schepen met ploegschaarankers zien we regelmatig tobben. Geschrokken ankeren ze verderop en een uurtje later komen ze keurig met de dinghy bij het huurjacht langs om de zaak in orde te maken. Voor alle zekerheid duik ik onder de boot en zie dat ons anker met 30 meter ketting goed is ingegraven.

Ik zie ook dat er een plastic zak om de schroef zit, die zich gemakkelijk los laat maken. Om een uur of acht steekt er een harde noordwestenwind op. Je denkt dat je in de luwte van de bergrug van het eiland er geen last van zou moeten hebben, maar dat is niet zo.

De wind valt met een rotvaart van de berg af, het schip trekt aan de ankerketting. Ik installeer me voor de nacht met het kookwekkertje en de biografie van  De Gaulle  op een bank in de kuip. Als het donker is ankert een stukje verderop een mooie, klassiek houten tweemastbark. Een halfuur later komt de maan op, helemaal vol.

Om middernacht gaat de harde wind liggen, even plotseling als hij vier uur eerder begon. De rest van de nacht slaap ik rustig op de kuipbank. Soms word ik even wakker, een enkele blik leert dat alles in orde is.

Om acht staan we op. Ik snorkel een uurtje langs de rotsen naast ons. Hele scholen kleine vissen zwemmen om me heen, kennelijk onverstoord.

Aan boord terug aarzelen we, wat zullen we doen? We besluiten een kijkje te nemen in het haventje van Giglio, om wat boodschappen te doen en misschien het oude, ommuurde Aragonese vestingstadje te bezoeken, dat strategisch op de hoogste bergtop van het eiland ligt. We varen binnen maar op een steiger staat een marinero die uitlegt dat de haven completo is en dat we vanavond maar moeten terugkomen om het nog eens te proberen. We besluiten door te varen naar het piepkleine Isola di Giannutri , een mijl of tien verderop, waar een goed besloten ankerbaai moet zijn.

Met enige spijt laten we het schilderachtige Giglio achter ons zie foto hier De wind, noordwest Bf 2 - 3, houdt net de genua vol en zo sukkelen we volkomen relaxed over de diepblauwe zee. Het Isola del Giglio schuift langzaam aan de kant en openbaart de vaag zichtbare kartellijn van Corsica.

Na het middaguur valt de wind helemaal weg en moet helaas de motor aan. Maar - o schrik! Er zit iets vast aan de schroefas! We zetten de motor meteen af en aangelijnd duik ik even later onder het schip.

Dan kan het alleen maar binnen zijn. Ik haal het paneel boven de schroefas los evenals de achterste panelen van de motorruimte en ik zie het direct: Er zit nog maar één schroef in, de andere liggen her en der onder de motor. Daar vind ik ook de losgetrilde bouten. Tja, ik heb er al een jaar niet naar omgekeken. Ik schroef met enige moeite onder een lastige hoek de koppeling weer stevig vast, start de motor, de trilling is weg en alles is in orde. Ans kijkt me bewonderend en dankbaar aan, maar dit was echt een fluitje van een cent, was het altijd maar zo eenvoudig.

Overigens zag ze, toen we stil lagen te dobberen, een grote grijswitte rog van zeker een meter breed, die nieuwsgierig om de boot bleef zwemmen. Naast de kop zaten aan iedere kant twee griezelige uitsteeksels. Ze durfde me echter niet te storen tijdens mijn belangrijke werkzaamheden.

Ze probeerde foto´s te nemen, maar met weinig succes. Hier zie je er iets van, maar hij duikt net in elkaar dus zijn grootte blijkt er niet uit. We hervatten onze tocht op de motor. Ik mijmer over het leven van Charles de Gaulle , wiens biografie ik inmiddels uit heb. Wat is achteraf zijn betekenis gering geweest!

Roosevelt moest echter niets van hem hebben en deed de hele oorlog lang liever zaken met het collaborerende Vichy-bewind van Pétain.

Churchill irriteerde hij voortdurend. Na de oorlog zou Frankrijk toch wel een stevige positie in Europa hebben gekregen. Zijn tweede regeerperiode in de jaren ´60 was een farce. Niemand in het buitenland nam hem nog serieus. Een visionair was hij niet, eerder een geroepene voor de grandeur en het prestige van Frankrijk. De rest deed er niet toe. Daarom hield hij zolang hij leefde de toetreding van Engeland tot de EEG tegen; het zou immers het Franse leiderschap kunnen aantasten.

Hij dacht met het verslagen Duitsland als gehoorzame partner Charlemagne te kunnen herscheppen, het Heilige Roomse Rijk van Karel de Grote, onder Franse leiding en met Parijs als hoofdstad. Ja maar, kan je tegenwerpen, hij gaf toch maar Algerije de onafhankelijkheid. Zeker, maar pas toen het niet meer anders kon. Een paar jaar eerder riep hij nog tijdens een bezoek "Vive l´Algérie Francaise" Hij was een pur sang nationalist, autoritair, bekrompen en egocentrisch.

De mei-revolte in Parijs van luidde zijn val in, maar veroorzaakte die niet afgezien van zijn paniekvlucht van een dag met zijn vrouw naar generaal Massu en diens troepen in Duitsland In feite veroorzaakte hij zijn val zélf, door een volstrekt nonsensikaal en overbodig referendum over participation  uit te roepen en het vervolgens te verliezen.

Eén van de eerste daden van zijn opvolger Pompidou was het instemmen met de toetreding van Engeland tot de EEG.

In woonde ik in Utrecht, in één van de toen nieuwe studentenflats aan de Ina Boudier Bakkerlaan. Eén van mijn etagegenoten had een bestelbusje en daarmee reden we het stakende Frankrijk in, op weg naar de studentenrevolutie in Parijs.

Alle tankstations waren gesloten en halverwege kwamen we zonder benzine te zitten, afgezien van de ene jerrycan voor onze terugkeer. Dus gingen we terug. Twee weken later zakte ik voor mijn kandidaatsexamen geneeskunde. Ruim een halfjaar later was ik wel in Parijs, als lid van het linkse USF-bestuur de Utrechtse studenten-grondraad , om van de revolte te leren. Het was winter en bitterkoud. Nog een halfjaar later bezetten we het Academiegebouw op het Domplein.

Een bezetting die verder weinig uithaalde, maar natuurlijk wel grote betekenis had voor onze eigen emancipatie. Om half drie bereiken we het piepkleine Isola di Giannutri. Het is een nationaal park en er zijn maar twee baaien waar je mag ankeren. Gelet op de weersvoorspelling NW wind doen we dat aan de oostkant, in de Cala Volo di Motte , een hoekje van de besloten Baai van Spalmatoio waar het eilandje aan drie kanten om heen ligt.

Het is er diep en we ankeren vlak onder de rotsen met bijna 40 meter ketting. Ook nu houdt het anker meteen, hoewel ik even later snorkelend vaststel dat het plat op het zand ligt. Ans trekt de boot op de motor achteruit en 12 meter lager zie ik het anker zich na de tweede poging ingraven. Het eilandje is nog geen meter hoog op het hoogste punt, waar een vierkante kasteelruïne staat.

Noordelijk daarvan zouden ergens de resten van een Romeinse villa moeten zijn, die volgens onze pilot het eigendom was van de moeder van keizer Nero. Op de hellingen groeit stekelig struikgewas tussen verweerde, grijze rotsen. In een inhammetje verderop zijn wat huizen, er legt twee keer per dag een veerbootje aan en er begint helaas enige toeristische ontwikkeling.

In de hitte klinkt het eentonige gerasp van cicades. Om ons ligt een tiental andere jachten geankerd, allemaal verder van de rotsen af dan wij, in water van minstens 25 meter diep. Liggen we te dicht bij de rotsen? We besluiten het maar eens aan te zien. Ik maak van een landvast een lijn die ik aan een schakel van de ankerketting klik en op een bolder beleg. Daardoor staat de spanning niet meer op de ankerlier, hoewel die dat volgens mij best kan hebben, maar ik zag het bij vooral Engelse jachten.

Enfin, baat het niet, het schaadt ook niet. De geankerde jachten in de Cala Volo di Motte vormen net een klein dorp. Je hoort mensen zacht praten. Ze zitten te eten in de kuip of zwemmen nog even voor het slapen gaan. Een dinghy van een Italiaanse boot verderop komt langs en vraagt of we misschien een kilo bloem hebben. Ze willen zeker een pizza bakken. Als dank ontvangen we een fles witte wijn.

De volle maan komt op boven de zuidelijke heuvelrug en zakt er een paar uur na middernacht weer achter weg. Maar van slapen komt niet veel.

Niet door anker-escapades maar door de steekvliegen, die zich niet laten wegjagen. Typisch voor zo´n natuurgebied, denk ik cynisch. We worden er gek van en besluiten om half zeven dat het genoeg is. Even later laten we Giannutri achter ons zie foto hierbij en hier Het is vroeg, de wind is niet meer dan een schamele ZZO Bf 1 - 2.

Zo motoren we de Tyrrheense Zee binnen. Ik zet een koers uit op de havenstad Civitavecchia op het vasteland. De zee is geheel blak, de hemel vertoont wat hoge wolkensluiers en veren, vaak een teken van een komende weersomslag.

De barometer is ook aan het zakken. Ik zit een tijd voor op de preekstoel te peinzen zie foto hier Ook Ans is stil en staart voor zich uit. Ik weet waar ze aan denkt. Een schot in de roos. Ik kijk op de zeekaart en verleg onze koers wat meer zuidelijk, naar Fiumicino, de haven van Rome met het grote internationale vliegveld, het Leonardo da Vinci Airport.

Omdat we zo vroeg zijn vertrokken, kunnen we het gemakkelijk halen. Om half vier varen we langs het vliegveld. Ieder halve minuut zien we vliegtuigen opstijgen en landen. Er zijn veel jachthavens in Fiumicino, maar op basis van de pilot kies ik de grootste uit, de Porto Turistico di Roma: Een volledig kunstmatige haven, aangelegd in het moerasgebied waar twee kilometer verder in Romeinse tijden Ostia, de vermaarde haven van het oude Rome lag.

Ostia Antica was een grote havenstad met ooit De val van Rome en de malaria vanuit de omringende moerassen maakten daar een einde aan. De moerassen om de jachthaven vormen nu een natuurgebied. Hier vond men in het zwaarverminkte lichaam van de beroemde Italiaanse cineast Pier Paolo Pasolini o. We krijgen een plek tussen duizenden boten aan een lange, hoge betonnen steiger.

Natuurlijk is er betaald Internet. Tot onze vreugde vinden we ondanks het hoogseizoen een goedkope vlucht van Transavia. Volgende week woensdag landen we ´s avonds laat in Rotterdam voor een weekje Holland.

Hiernaast zie je een luchtfoto van deze haven. Hij is volledig kunstmatig met een vorm die doet denken aan de nog veel maffere havencomplexen, die ze tegenwoordig in de Golfstaten maken. De architect liet zich inspireren door het Ostia Antica van de Romeinse tijd.

Wij liggen aan de linkerkant van de haven aan de middelste steiger, rechts, vier plaatsen vanaf het eind. Dan kan je zowat bij ons aan boord stappen. Vandaag is een dag van dingen uitzoeken en regelen.

Maar eerst moet ik langs het kilometerslange havenfront lopen, langs gebouwen met arcaden en winkeltjes, naar een minimarket om vers brood te halen. De juffrouw van de kassa is zo dom als een ui: Ik maak een opmerking - het lieftallig wichtje spreekt geen Engels - en krijg de kassabon die Ik zeg "cinco centimes? De relatie met dit meisje is onherstelbaar kapot. Het hele havencomplex dus, ligt volledig van alles geïsoleerd tussen het moeras met de resten van het antieke Romeinse Ostia en de zee.

In de lengte is het bijna twee kilometer lang met de gebouwen met winkelarcaden en parkeerplatformen er bovenop. Zonder auto begin je hier niks. Het is niet druk. Kennelijk is het Italiaanse vakantieseizoen nog niet aangebroken. We maken uitvoerig schoon schip en doen via Internet - een genot, zo´n Internetverbinding aan boord! We ontvangen ook de uitspraak van de Dordtse bestuursrechter in ons geschil met de Gemeente Papendrecht klik hier voor de tekst Ik lees hem twee keer door maar kan er nog geen touw aan vastknopen.

Ik werk liever eerst de website bij. Bij het havenkantoor kunnen we gelukkig afspreken dat Dulce voor twee weken kan blijven liggen op haar huidige plek voor een prijs die niet tegenvalt. Dat is heel bijzonder, hij krijgt een plekje in het kantoor. Verder leggen ze uit hoe we het best naar het vliegveld en naar Rome kunnen reizen: Dat laatste gaan we morgen doen.

Eind van de middag lopen we naar de zuidoostelijke uitgang van het complex en komen tot onze verbazing in een soort achterbuurt langs het strand. Het lijkt wat op die wijk in New York waar de West Side Story speelt, verveloze flats, vuile trottoirs, autowrakken langs de stoep, omgevallen vuilnisbakken, groepjes mannen en jongens op straat met ontbloot bovenlijf, die je zwijgend aanstaren als je langs loopt.

In een kleine supermarkt slaan we boodschappen voor het weekend in, waaronder - door de eigenaar flinterdun gesneden, heerlijke carpaccio waarvan we ´s avonds smullen met peper en ramenaspasta meerrettich , in de magnetron gepofte aardappels met knoflookboter, kikkererwten en een salata romana.

Wat kan ze dat toch goed, mijn Ans. In het najaar gaan ze weer terug naar Lagos om er opnieuw de winter door te brengen. Vandaag gaan we naar Rome. De stad is groot en en is zoveel te zien, dat je er minstens een paar weken zou moeten doorbrengen. We maken ons dus geen illusies en beperken ons: Daar moet het bij blijven.

We lopen naar een kaal plein in het schamele buurtje naast de jachthaven. Daar stopt een bus die ons naar het station Lido Central van deze voorstad van Rome zal brengen. Het is nog vroeg maar al zinderend warm.

Rome moet je eigenlijk in het voor- of naseizoen bezoeken. Een snelle, moderne metro zie foto hier brengt ons bovengronds in een halfuur naar het station Piramide. Ook hier heeft overal op gebouwen, borden, schuttingen en rijtuigen de lelijke volksziekte toegeslagen, die graffiti heet. Zelfs de ramen van een aantal wagons zijn dichtgespoten.

Helaas is er nog steeds geen remedie voor gevonden. In Piramide stappen we over op een oudere lijn die onder de grond duikt. Twee stations verder is het Colosseum. Het openbaar vervoer is hier fijnmazig, met hoge frequentie en zeer toerist-vriendelijk: Bovengronds staan we meteen oog-in-oog met het Colosseum.

Het is nog groter dan ik had verwacht, dit indrukwekkende relict uit het antieke Rome temidden van het eromheen razende, moderne stadsverkeer. Het heeft bijna twee millennia stand gehouden - nou ja - het is gedeeltelijk ingestort tijdens een aardbeving ongeveer jaar geleden, maar toch. Eigenlijk is het een soort tijdreiziger; wat is er in al die eeuwen niet allemaal gepasseerd binnen en buiten deze enorme muren? Ik kan me nu beter voorstellen hoe machtig Rome geweest moet zijn, het centrum van de antieke wereld, hoofdstad van één van de eerste wereldmogendheden.

In de brandende zon lopen we om de ellipsoïde kolos. Er staan lange rijen bezoekers, maar met betaling van een tientje p. De gids, een kleine grijzende, zongebruinde vijftiger, geeft ons een geïnspireerde rondleiding. Hij kan er wat van, deze gids: Down in this wide arena people and wild animals, lions, tigers, hyena´s, bulls, fought with each other in sheer stress and agony, screaming, yelling, cursing their fate, crying for help, vomiting, urinating, defaecating, bleeding, begging on their knees for mercy to the Emperor and the roaring public, killing each other and dying in vast quantities only to be swiftly replaced by fresh desperate men and animals" Zulke beeldrijke teksten blijven je bij.

Hier zie je een viertal foto´s, de laatste twee van de plaats waar de loge was van de Keizer en de hofhouding, de ambassadeurs, de senatoren en andere belangrijke personen. In de 18e eeuw heeft men op die plaats een stalen kruis geplaatst, als je goed kijkt zie je het op de foto´s. Teken van overwinning of van mededogen? In de latere eeuwen, onder de christelijke Keizers, waren de Spelen afgeschaft en werd het grote amfitheater niet veel meer gebruikt.

In de vijfde eeuw van onze jaartelling viel het Westromeinse Rijk definitief, Rome werd veroverd door barbaarse volkeren. De rijke paleizen, bibliotheken, thermae, theaters en ook het Colosseum werden verwaarloosd en vervielen.

Veel kennis en kunde gingen verloren. Er brak een donkere tijd aan, de Dark Ages , de Donkere Middeleeuwen. Barbaarse volken huisden in de ruïnes, families woonden in de afbrokkelende arcaden en krochten van het Colosseum. Ze sloopten de marmeren vloeren en de rijen zetels om de arena, hakten overal gaten in de pilaren en draagmuren, op zoek naar de bronzen verbindingsstukken, want het vermogen tot het zelf maken van brons was verloren gegaan zie foto hier  Zo ondermijnden ze het gebouw verder.

In de vijftiende eeuw stortte een groot deel in tijdens een aarbeving die ook andere antieke delen van Rome verwoestte. Het zou me niet verbazen als er nog tijdens de laatste Wereldoorlog troepen in het Colosseum gehuisvest waren. De hand van latere generaties is in de geschiedenis zelden mild. We dwalen uren door het enorme complex. De toenemende hitte, door de muren teruggestraald - het is 38° - noopt ons tenslotte weg te gaan.

We nemen de metro naar de buurt waar de Trevi Fontein is. In de schaduw van een van de vele straatjes genieten we een smakelijke, Italiaanse lunch zie foto hier Anderhalf uur later zijn we bij de fontein, die we onmiddelijk herkennen van de haast mythisch geworden scène uit "La Dolce Vita" Alleen is het kleine plein overstroomd met toeristen zie foto hier Kon je maar in dat verkoelende, lichtblauwe water springen! Maar een tweetal carabinieri is alert om zoiets te verhinderen, dus volstaan we met ieder een muntje in de fontein te werpen en te wensen dat we hier samen nog eens mogen terugkeren.

We gaan met bus en metro terug naar het Forum Romanum en in de schaduw van een statige cypres, liggend in het gras op een heuvel bij Caesar´s triomfboog, sluimeren we een uurtje. Metro en bus brengen ons terug naar zee. Om zeven uur zijn we weer op de boot. Moe maar voldaan, zoals dat heet. Vandaag nemen we het ervan na de zware dag van gisteren en blijven aan boord. Er is overigens weinig in deze giga-jachthaven te beleven. Onder kilometerslange arcaden slenteren wat gezinnen en stelletjes langs de winkeltjes, maar het is erg rustig zie foto hiernaast De zon brandt onbarmhartig.

Sommige bootbezitters hebben gisteren - zaterdag - hun boot schoon gespoten en komen vandaag met hun familie langs, eten lang en uitvoerig aan boord, gaan een uurtje varen en daarna gaan ze de boot weer schoonspuiten.

Dan is de dag weer voorbij. Ik koop twee bijgewerkte pilots in de chandlery verderop: Daarna download ik van de  website van de uitgever, Imray , alle supplementen en aanvullingen, ook van de Italiaanse pilot. Ik bestudeer de uitspraak van de Dordtse bestuursrechter in ons geschil met de Gemeente Papendrecht, zit te overwegen om een artikel voor Zeilen te schrijven over onze ervaringen op Elba en begin in een nieuw boek, "Breaking the spell.

Religion as a natural phenomenon" van Daniel C. Morgen gaan we naar Vaticaanstad. De dag van ons bezoek aan het Vaticaan. Met bus en metro gaan we op weg. De eerste metro komt langs een halte die Ostia Antica heet. Hier liggen de ruínes van de voormalige haven van het Rome van de Romeinen. De verleiding om uit te stappen is groot, maar we reizen verder, het is onmogelijk om alles te zien. Op zeker moment stapt er een ietwat gezette, onbestemde man met een klarinet de coupé binnen.

Hij stelt zich op bij de deuren en begint "Les feuilles mortes" te spelen. Een mooi begin van de dag. Op station Piramide stappen we over, rijden een keer verkeerd, maar komen toch uiteindelijk terecht op het knooppunt Termini en nemen de lijn naar het station op de Via Ottaviano. Onderweg steken we de Tiber over.

Vanaf Ottaviano lopen we naar het Sint Pieter Plein. Het ziet er zo uit als ik me het herinner van de talloze keren dat er beelden van op televisie waren. De trappen van de Sint Pieter, het bordes waar de pausen de jaarlijkse zegen Urbi et Orbi  over de stad Rome  en de wereld uitspreken, de vleugel met de vensters van de privé-vertrekken waarachter maandenlang de stervende paus Woytila Johannes Paulus II lag en waar hij zich af en toe even aan de bezorgde menigte toonde, die dag en nacht op het plein zijn dood afwachtte, de mal geuniformeerde wachters van de Zwitserse Garde, die de toegangen bewaken, het is er allemaal.

Dit is het grootse en indrukwekkende centrum van een wereldgodsdienst; natuurlijk is alles bedoeld om indruk te maken want een religie zonder macht, pracht en praal nemen de mensen niet serieus.

Het is bewolkt, dus gelukkig niet zo heet als eergisteren bij het Colosseum. Soms vallen er wat druppels. Er zijn duizenden mensen op het plein. Velen staan in een een lange rij, die zich naar de Sint Pieter slingert zie foto hier  Dat kost uren!

Maar we kunnen net als eergisteren met een betaalde gids mee, die ons snel langs de duizenden wachtenden en door de bezienswaardigste punten van het Vaticaan zal loodsen. Het is een Amerikaanse, Cathy , een vlotte praatster die al vier jaar in Rome woont. Toch duurt het wel even voor iedereen in de groep kaartjes heeft en, voorzien van een ontvangertje met oorknopjes, achter Cathy en haar behulpzame zus Kelly aan snelt naar de Vaticaanse musea.

We worstelen ons door de drommen toeristen in ijltempo over binnenplaatsen, gangen, patio´s, zalen, trappen, galerijen, allemaal vol met een duizelingwekkende hoeveelheid antieke beelden, mozaïeken, schilderijen, tapijten, wat niet al. De rijkdom aan kunstwerken is fenomenaal en verwarrend.

Als je dit allemaal rustig zou willen zien, ben je jaren bezig! Een paar springen eruit, soms alleen maar omdat er toevallig niemand voor staat. De beroemde beeldengroep van Laocoön en zijn zonen, worstelend met de slangen foto hier , een prachtig klassiek torso zonder armen en benen dat een inspiratiebron zou zijn geweest voor zowel Michelangelo fresco van de zegevierende Christus als voor Auguste Rodin De Denker - rechts ervan zie je op de foto trouwens gids Cathy, in de gele jurk foto hier - , een merkwaardig bronzen beeld dat pas in de 19e eeuw in Rome werd opgegraven en dat na zijn opstelling in het Colloseum door de bliksem getroffen werd en waarvan men aanneemt dat de Griekse halfgod Hercules voorstelt foto hier - een blikseminslag die voedsel gaf aan tal van interpretaties als goddelijk teken.

Het gaat steeds meer op een kermis lijken, ik word er een beetje lacherig van. Op zeker moment zien we in het gelaat van een beeld van een Griekse strijder, dat wat terzijde staat in een galerij, onmiskenbaar de trekken van  Bill Clinton op jongere leeftijd zie foto hier. Via de fameuze Kaartengalerij en een aantal brede en daarna smalle trappen komen we tenslotte in de Sixtijnse Kapel met de wereldberoemde fresco´s van Michelangelo.

Cathy geeft uitvoerig uitleg. We zitten op de banken langs de wanden met de erop geschilderde gordijnen, waar de kardinalen zitten tijdens de urenlange, geheime sessies van een Conclaaf , als er een nieuwe paus gekozen moet worden. Vlak naast ons is de plaats van het kacheltje, waar met witte of zwarte rook de buitenwereld, verzameld op het Sint Pieter Plein of achter de beeldbuis thuis, geïnformeerd wordt.

Het voelt alsof we naar de Middeleeuwen zijn afgedaald. Je mag in de Sixtijnse Kapel niet fotograferen, sinds een Japanse firma de fotorechten heeft gekocht. Ik doe het natuurlijk toch, maar de foto is mislukt bewogen  Daarom staat hierboven een plaatje vanaf het Internet. De schilderingen zijn trouwens beeldschoon, vooral die tegen het plafond die het scheppingsverhaal voorstellen. Daarna laat gids Cathy ons vrij voor de Sint Pieter basiliek.

Die is enorm foto hier  We lopen naar rechts, naar de kapel met de beroemde Piëtà van Michelangelo. Er staan een kogelwerende glaswand en een menigte mensen voor. Over de schouders van de bezoekers proberen we een glimp op te vangen. In probeerde een gestoorde geoloog met een hamer het beeld stuk te slaan; hij riep dat hij de opgestane Christus was.

Sindsdien mag je er niet meer dichtbij komen. We staan, lopen en zitten hier en daar wat in de gigantische ruimte. Je krijgt er geen grip op. De koepels, groot en klein, zijn prachtig. De rijkelijk versierde altaren, het kostbaarste marmer, het goud en zilver de ornamenten, de beelden, het is niet te bevatten. En dan die verhalen! De basiliek werd gebouwd op de plaats waar men sedert eeuwen het graf van de apostel Petrus veronderstelt.

Eens stond hier het Circus , waar keizer Nero zijn wrede Spelen liet houden. Erachter zou men Petrus hebben gekruisigd, op Petrus´ verzoek op zijn kop om niet op dezelfde manier als Jezus te sterven.

Hier zocht men tussen de duizenden botten niet lang geleden nog naar zijn gebeente, dat aan drie echtheidscriteria moest voldoen: Na de kruisdood werden die verwijderd, om de ontsnapping te verhinderen van wie de kruisiging overleefde.

Niet nóg een opstanding, zal men hebben gedacht. Ik weet niet of die botten gevonden werden. We hebben geen moed meer om de koepel te beklimmen en gaan naar de kelders onder de basiliek met de graven van de pausen.

Daar lopen we ondermeer langs het graf van de laatstoverleden paus, Woytila. Er staat een tiental biddende mensen bij. Ik wil even teruglopen om het beter te bekijken, maar een bewaker fluistert dat het niet mag. Not possible , fluistert hij. Ik haal mijn schouders op en loop verder. Roomse fratsen, zou mijn moeder hebben gezegd. Het is curieus dat ik juist nu bezig ben met het boek van Daniel C. Dennet , dat religie omschrijft als een natuurlijk fenomeen in de evolutie van onze hersenen, die uiterst ontvankelijk zijn voor de suggestieve kracht van mythologische betekenisgeving, geboden en verboden, verhalen en riten - een fenomeen dat zichzelf ook weer een keer zal overleven zodra het niet meer bruikbaar is en geen evolutionair voordeel meer biedt.

Zal ik het einde van de bruikbaarheid van religie nog meemaken? Of is het misschien al zover? Vermoeid lopen we de basiliek uit, langs de toegangspoort naar het Vaticaan, die bewaakt wordt door twee Zwitsers foto hier De paus is momenteel in Australië.

We nemen de metro terug naar station Termini. Het is helaas een oud treinstel zonder airco , dat afgeladen met zwetende, tegen elkaar aanhangende mensen tergend langzaam door de gloeiend hete, broeierige en benauwde tunnels sukkelt.

Ook in de aansluitende verbindingen treffen we het niet, zodat we bezweet en doodmoe aan boord terugkomen. Morgen een rust- en opruimdag. Overmorgen vliegen we ´s avonds naar Nederland. Vandaag een rust- en opruimdag, is de bedoeling. Maar vannacht begint het hard te waaien - NW Bf 5 tot 6 in de haven - en de boot rukt wild aan de touwen. We staan vroeger op dan bedoeld om de mooringlijn aan de voorkant strakker te spannen met behulp van de electrische lier - anders krijg je er geen millimeter beweging in.

Aan de achterkant ruim ik de landvasten wat verder, zodat we verder van de steiger liggen. In de loop van de dag blijft de harde wind doorstaan. Ik leg aan de spiegel twee kruisende landvasten op de wal, waardoor we wat meer stabiliteit hebben. Voor de rest luieren we en ruimen op: Verwonderd zien we hoe onze buurman zijn strak gestroomlijnde, metaalgrijze "strijkbout" voor de derde opeenvolgende dag helemaal wast en afspuit, exact in dezelfde volgorde als alle vorige dagen.

Hij is er nog geen uur mee weg geweest en is alsmaar alleen aan boord. Heeft zijn vriendin hem verlaten? Misschien wel om die boot niet alsmaar schoon te hoeven maken? Enfin, speculaties, we bemoeien ons er niet mee maar verzoeken hem alleen vriendelijk of hij zijn blèrende radio a. Aan het eind van de dag bedenk ik dat ik eens moet kijken hoe de zelfontspanner van mijn camera eigenlijk werkt.

Dat levert bij de avondborrel de bovenstaande foto op. De meeste voorbereidingen om de boot goed achter te laten voor ons bezoek aan Nederland deden we gister al. Om vier uur brengen we Lord Byron in zijn kooi naar het havenkantoor. Hij krijgt een plaats op de frisdrankautomaat zie hiernaast en vindt het allemaal best. We maken de boot klaar, sluiten hem af en trekken de loopplank in. Om zes uur brengt een taxi ons naar de overzijde van de Tibermonding, naar het Leonardo da Vinci vliegveld in Fiumicine.

Exact op tijd, Onderweg zien we onder ons eilanden die we bezochten: Giannutri, Giglio, Elba en het noorden van Corsica. Later, glanzend in de schemering, de besneeuwde toppen van de Alpen en de kalme spiegel van het Meer van Genève.

Boven Brussel wordt de landing ingezet. Tweeëneenhalf uur vanaf Rome, we deden er een jaar over om het te bereiken. In Rotterdam halen Ans´ schoonzoon Michel en dochter Tessa ons af. De eerste dagen logeren we bij oudste dochter Barbara. Tot half twee vannacht praten we bij.

Vanmorgen huren we een autootje met de kleur van een aubergine, volgens de dame van Europcar. Bij Correct in Rotterdam kopen we de splinternieuwe, herziene editie van de "Adriatic Pilot. Het is heerlijk zonnig weer, de bijgaande damesfoto met één heertje getuigt daarvan.

De planetenjager Corot , de Franse satelliet die sinds het voorjaar van het heelal afspeurt naar exoplaneten, heeft iets bijzonders gevonden, meldt de website van Astronieuws  Een zogenaamde "hete Jupiter", een grote gasplaneet wiens rotatiesnelheid gelijk is aan zijn omlooptijd om de ster, waar hij om draait. Daardoor toont hij altijd hetzelfde halfrond aan zijn ster. Bijzonder, maar Corot heeft nog steeds geen echte "aardachtige" planeet gevonden. Zie voor de achtergronden hier.

In de ochtend haal ik in Drimmelen bij Rob Krijgsman , de importeur van Jeanneau in Nederland, een nieuw verwarmingselement voor onze boiler. Medewerkster Berna had hem al een paar maanden geleden voor me apart gelegd. Terug aan boord moet ik uitzoeken of ik zelf het kapotte element kan vervangen. Het ziet er niet moeilijk uit, foto hiernaast. Daarna rijdt ik naar Breda. Daar liggen mijn ouders begraven op begraafplaats De Bieberg in Ginneken.

Het graf ziet er netjes uit; een oud-beheerder van de begraafplaats houdt het bij. Ik trek wat onkruid weg, mijn moeder zou - geloof ik - wel tevreden zijn. Terug in Gorcum parkeer ik in de binnenstad en slenter wat door het centrum.

Ans heeft ondertussen ergens afgesproken met een jeugdvriendin. Wie dat verhaal niet kent, kan het hier lezen Terug naar boven. Het is hartverwarmend om de oude vrienden terug te zien. We zitten in de mooie, besloten tuin van hun landelijk gelegen huis in Wijk en Aalburg, drinken rode wijn en praten bij.

Ze tonen de "foute kathedraalboom" die er gezond uitziet na een periode waarin hij wat ziekelijk was. Het is jammer dat hij op deze breedtegraad nooit zal bloeien en vruchten dragen Voor het verhaal van de "foute kathedraalboom", klik hier Later rijden we naar het oude stadje Heusden, waar we op een terras op de Vismarkt verse mosselen eten bij Restaurant Centraal zie foto hiernaast.

Vanmiddag rijd ik naar een eveneens oud plaatsje, Heukelum, waar in de Gasthuisstraat 1  Proeverij de Goede Neus staat. Ook wel Wijnhuis Heukelum genoemd, de zaak van Inge Hogerdijk , mijn oude vriend en vroegere buurjongen op de Deilsedijk in Deil. Op vrijdag- en zaterdagmiddagen kun je er wijn proeven en kopen, ik reed destijds vrijwel wekelijks even naar Heukelum.

Aan de houten stamtafel is het vanouds gezellig - er komen zowaar vroegere buren uit Deil langs: Wybo Dekker en Anny Tissot van Patot. Zij voeren met ons mee naar Cowes op de voorjaarstocht van Dulce in klik hier voor het verhaal van die tocht Hier staat een foto van Inge en zijn vriendin Jacqueline in de voordeur van de proeverij.

Zulke gezellige uurtjes zijn goud waard. Natuurlijk mis ik die zaterdagse samenkomsten wel eens. Toch verlang ik nu al weer naar de boot en naar verder te zwerven door de wereld. Dit is één van die ongeremde hoogzomerweken, zoals ik me die herinner uit mijn jeugd. Warme, lome dagen rijgen zich aaneen en ´s nachts lig je te woelen onder niet meer dan een laken.

Dagen zoals ze vroeger waren, toen mijn broertje en ik meer dan vijftig jaar geleden in Gaasterland logeerden bij de ouders van mijn moeder. Hun hoge huis stond in Rijs, midden op een tuinderij aan de rand van het Rijsterbos. Ze woonden in het bovenste deel van dat huis. Er stond een naam op, ik meen dat het Pomona heette, de naam van een Romeinse godin voor boomvruchten zegt Wikipedia In mijn herinnering was het toen altijd zomer, compleet met hevige, zomerse onweersbuien zoals we die nu ook hebben.

Beppe, mijn grootmoeder, stond dan stil en angstig opzij van het raam naar buiten te kijken, waar kartelige bliksems de hemel in stukken scheurden en felle donderslagen dreunden. Ze was altijd bang voor onweer. Niet ten onrechte gelet op de hoogte van het huis. Je moet de seconden tellen, zei ze, zoveel seconden, zoveel kilometer is het onweer weg. Vanmiddag leen ik een fiets en peddel uren over de dijkjes van de Linge in de buurt van Spijk.

Het Betuws landschap is vol van overdadig groen. Mensen varen en zwemmen in de Linge. In een gehuchtje met de naam Vogelswerf is een uitspanning in een boomgaard, ik drink er een glas vers geperst sinaasappelsap. Vogels kwetteren om me heen, zacht gefilterd zonlicht valt door het gebladerte. Ooit zullen we stoppen met varen, willen we dan hier ergens wonen?

Aan het eind van de middag verhuizen we van logeeradres, van Barbara Ans´oudste dochter naar Tessa de jongste , een aantal straten verderop in Gorcum. Daar brengen we de rest van ons verblijf door. We maken afspraken over wanneer ze ons aan boord komen bezoeken: Vannacht een knetterend onweer met veel regen. Een geweldige knal vlakbij duidt op een inslag. Later horen we dat er op een spoorbrug van de Betuwelijn, anderhalve kilometer verder, een inslag is geweest.

De lucht is een beetje betrokken, het licht is van een gefilterd wit en er hangt een lome warmte in de stad. Utrecht ziet er als altijd mooi uit zie foto hiernaast Ik heb bijna vijftien jaar gewoond in deze stad, van toen ik er medicijnen ging studeren, tot toen ik naar Deil verhuisde.

Een ander bekend loopje is naar de Drieharingsteeg, naar de "platenzaak" van Staffhorst. Je kunt er vaak oude films op DVD kopen. Ik schaf er drie aan voor 25 euro. Later strijk ik neer voor een kop koffie op een bank voor Restaurant Graaf Floris op de Vismarkt en raak aan de praat met een man van geschat  midden 40 die na een carrière in de financiële sector een zware hartoperatie moest ondergaan.

Noodgedwongen moest hij uit de ratrace stappen. Hij vertelt hoe hij bezig is zichzelf opnieuw uit te vinden - zoals hij het noemt - ondermeer door veel te reizen in Italië en met name langs de Amalfi kust. Hij vertelt er enthousiast over. Het is een gebied waar we nog langs zullen varen, op weg naar Sicilië. Terug bij Tessa in Gorcum boeken we een trip voor mijn jongste zoon Bas naar Palermo.

Daar pikken we hem op en van 23 tot 30 augustus komt hij met ons meevaren. Gisteravond en vannacht valt er weer regen. Desondanks blijft het broeierig en warm. De Hondsdagen, zegt de krant. Vandaag is Ans weer bij haar moeder. Ik maak al peinzend een lange wandeling door Gorcum. Ik zal nog wel eens opschrijven wat ik allemaal dacht, maar nu nog niet. Morgen vliegen we vroeg in de avond terug naar Fiumicino bij Rome. Benieuwd hoe het met Lord Byron is.

De week in Holland is voorbij gevlogen. We pakken de koffers in en vrezen voor enig overgewicht door alle nieuwe boeken. We rijden langs het verzorgingshuis en nemen afscheid van Ans ´moeder. Op Zestienhoven leveren we de huurauto in, checken in er wordt geen overgewicht gerekend , kopen een cadeautje voor de mensen van de jachthaven die op Lord Byron passen drie oud-Hollandse koffiemokken met molens, klompen en tulpen erop , kopen toch nog wat laatste boeken en wachten een uurtje op het terras op het dak van het vliegveld zie foto hier Het toestel naar Rome vertrekt met een kwartier vertraging.

Tot onze verbazing is het helemaal niet vol. De lucht is heiig, er is weinig uitzicht. Even later zaten er twee, en dezelfde middag zaten er maarliefst vier naast elkaar op de balustraden, en na een vluchtige blik in de populieren voor mijn huis, zag ik dat er nog veel meer voorradig bleken: Nu zijn we een paar jaar verder, en ik kan je vertellen: Eventjes is het leuk.

Mensen kijken je verwonderd aan als je ze vertelt dat je halsbandparkieten rond je huis hebt fladderen. Een soort valse trots maakt zich van je meester als je de foto's laat zien: Maar na twee jaar is de nieuwigheid er definitief van af. Je irriteert je aan hun gekrijs en je irriteert je aan hun gefladder. Jongens, moeten jullie in de zomer nou echt al om half vijf in de ochtend met dozijnen tegelijk laten horen hoe hard je kan schreeuwen?

Het is nog donker, godbetert. Laat me met rust, kom strakjes maar terug. Dan ben ik aan het werk en mogen jullie je uitleven tot je er doodmoe van wordt. Ze trekken er zich niets van aan. Het is tenslotte zomer. Maar wat een kutbeesten zijn het toch Inmiddels is het half november en zit er amper meer groen aan de bomen.

Het is koud en de eerste nachtvorst is voor vrijdag voorspeld, hoorde ik op de radio. Ik kijk naar buiten en ik zie ze niet meer. Jongens, kom nou terug Naar de kloten met Mach Nou, daar ben ik blij om, zeg Dus terroristen kunnen nu nog sneller met hun vliegtuigen tegen wolkenkrabbers aanvliegen Honger, oorlog, armoede, angst, broeikaseffect, dieren met uitsterven bedreigd, overbevolking, Frans Bauer De ochtend begon kut, met een gebroken veter, gemiste metro, regen, en een mega-puist midden op mijn neus.

Wou dat het morgen was. Nog een klein weekje en de nieuwe CD van U2, How to dismantle an atomic bomb komt uit. Nou zou ik Arrrrjen niet zijn, als ik hem niet al ruim twee weken op mijn pc had staan. En eerlijk is eerlijk: Hij is heeeeeeel erg goed! Ik heb hem uiteraard evengoed online besteld en hij wordt op de releasedag de 22e bij me thuisbezord. Betalen voor goede muziek is normaal. Downloaden doe ik ook, en keihard en heel veel, maar als je het goed vindt, en je echt fan bent, en als je het je een beetje kan veroorloven ook dan vind ik dat je er ook voor moet betalen.

Helaas zijn de prijzen van CD's belachelijk hoog. Dan stjgt de verkoop denk ik naar het normale peil. Zolang de prijzen nog op een achterlijk niveau liggen, moet de muziekindustrie niet gaan jammeren dat elke boerenlul alles binnenpomt met Kazaa, Bittorent, FTP en noem maar op. Maar voor U2 wil ik altijd wel betalen. Een band die zulke mooie nummers maakt, die verdient het. Tot de volgende blog. The Fashion of the Christ. Stukje Pink Floyd dan maar How I wish, how I wish you were here. We're just two lost souls Swimming in a fish bowl, Year after year, Running over the same old ground.

What have we found? The same old fears. Wish you were here. Miss Universe doorgestoken kaart? Miss Nederland komt ieder jaar uit een andere provinice, of op zijn minst uit een andere plaats. Dat is logisch; er is geen specifieke regio met een uitzonderlijk hoog percentage mooie mensen.

Wel met lelijke mensen, maar ik wil het nu even niet hebben over Purmerend. Ook die komt ieder jaar uit een ander land. Toegegeven; Belgie en Engeland gooien niet al te vaak hoge ogen, maar daar is de algemene staat van tandheelkunde in die landen, alsmede een totale desinterese op het gebied van frisheid en schoonheid debet aan. Ieder land heeft een potentiele kans op de titel "Land van de mooiste vrouw ter wereld".

Maar dan het grootste schandaal na de moord op Kennedy en de tweede plek van Ruud in Big Brother 1: Miss Universe Hoe kan het toch dat ieder jaar de mooiste vrouw van het universum van Planeet Aarde komt???? Wie durft dit intergalactische schandaal, deze cosmische doorgestoken kaart nu eindelijk eens aan de kaak te stellen? Wie zijn wij om te bepalen dat onze vrouwen mooier zijn dan die van de eerste de beste planeet bij Alpha Centauri of Beetelgeuze in de buurt?

De laatste dagen word ik een beetje moe van wat er gebeurt in Nederland. Nou heb ik sowieso de laatste maanden steeds meer de neiging om te minderen met het kijken van journaals, actualiteitenrubrieken en discussieprogramma's. De hele week al je hersens full speed laten draaien op je werk, je dingen in en om het huis regelen, je rekeningen betalen, je kleine huishoudelijke ongemakken als een lekkende kraan, je cd-wisselaar die naar de knoppen is, je rekening die chronisch in het rood staat, weer een nieuwe grijze haar, toch weer een kilo erbij, waarom ben ik zo moe, waartoe zijn wij op aard en wanneer word ik ontmaskerd als volslagen idioot?

Die kolkende wervelstorm nog eens aanwakkeren door het leed van de wereld op je schouders te dragen, nee Vroeger opa spreekt was ik echt maatschappelijk betrokken, politiek concencieus, geëngageerd en tot in details op de hoogte van het reilen en zeilen in de rest van de wereld.

Niet alleen was ik nog minder bedorven door de kennis die ik inmiddels heb opgedaan, maar het was ook allemaal wat overzichtelijker heb ik het idee. Het Westen was goed, het Oostblok was slecht en in de derde wereld hadden de negers honger. Je had punkers, krakers en af en toe een kaping of iets dergelijks en dat was het wel. Later kreeg je de de val van de muur, de Golfoorlog en de mislukte couppoging in de toenmalige Sovjetunie van de oude haviken, waarna onze Boris alsnog de macht greep en alles goed zou komen.

Tegenwoordig is alles anders. Pim Fortuyn dood, Theo van Gogh dood, het Midden-Oosten verder verwijderd van vrede dan ooit, de VS worden geregeerd door een gekozen idioot, er zijn terroristen in Amsterdam, Den Haag, Amersfoort godbetert en wie weet waar nog meer.

En iedereen heeft een mening. Ik word er, ik zei het al, zo ontzettend moe van. Voorheen riep ik wel eens "was ik maar simpel en gelukkig". Tegenwoordig voeg ik de daad bij het woord. Ik denk dat je bewust kunt kiezen voor simplistisch denken en ik denk dat het goed is dat mensen dat meer en vaker gaan doen. Wat is het nut van een discussie met je collega's over de zin en onzin van een Geert Wilders?

Wat kan mij het schelen wat mijn buurman van Marokkanen vindt? Wat kan mij het schelen of de moskee om de hoek beveiligd wordt of niet?

En waar staat mijn bed? Irak is ver van mijn bed. Natuurlijk vind ik het klote wat er gebeurt in de wereld. Natuurlijk helpen we elkaar, maar vooral onszelf regelrecht naar de filistijnen. Is het niet met haat en nijd en religieuze verschillen, dan is het wel met het willens en wetens kapot maken van de natuur. En anders stappen we wel dronken met zijn vijven in een auto en rijden ons te pletter op een Overijsselse autoweg.

Hoe dan ook, naar de kloten gaan we uiteindelijk. Is het daarom wel verstandig om in de korte tijd dat we vrij rondlopen ons druk te maken en een mening te hebben over alles waar je wat over hoort of leest, maar eigenlijk -wees eerlijk- te weinig vanaf weet om echt een objectief oordeel te hebben? Ik denk het niet. Daarom doe ik het al een tijdje als volgt: In grote lijnen volg ik het nieuws. Een journaal per dag volstaat. Geen kranten, geen opiniebladen, geen actualiteitenrubriek en geen CNN met rechtstreekse doden in mijn huiskamer.

Wanneer het echt spannend is, waag ik iets meer tijd aan het nieuws. Mijn mening houd ik zoveel mogelijk voor me. De mening van anderen boeit me minimaal. Ik houd mijn wereld zo klein mogelijk: Daar concentreer ik me op, en de rest kan me gestolen worden Ik zei het al: Wedden dat de wereld er dan een stuk mooier uit zou zien? Tot slot nog een kleine greep uit het nieuws van vandaag dan: Er vielen geen gewonden.

Zevenenzestig mensen konden worden gearresteerd. Vijf landen deden een gooi naar de prijzen en moesten worden gediskwalificeerd. Tot slot de weersverwachting: Er waait een zachte zuidoostelijke wind en met 22 graden wordt het een aangename dag. Met 36 graden wordt het een hete dag. Met 2 graden wordt het een frisse dag. Welterusten en tot de volgende Blog!

Ik heb he-le-maal niets met Sint Maarten, maar toch even een educatief stukje als blogvulling: Op 11 november - vaak de avond ervoor - wordt in sommige streken, zowel in Vlaanderen als in Nederland de naamdag van Sint-Maarten gevierd. In Limburg, Noord Holland en Groningen werd in vastgesteld, dat in deze provincies de Sint Maartenviering nog vrij actueel was.

In de provincies Friesland Drente en Brabant bleek een vermeerdering van vieringen te zijn waargenomen. In België is de traditie nog in leven in West-Vlaanderen. De kinderen houden een lampionnenoptocht en gaan van huis naar huis om er een lied te zingen en met snoep, fruit of geld beloond te worden.

Een uitgeholde voederbiet met daarin een kaarsje dient vaak als lampion. Dat er een verband bestaat met Halloween ligt voor de hand, maar er zijn weinig wetenschappelijke bronnen te vinden. Kinderen zingen daarbij bepaalde liedjes zoals: Sint-Maarten, Sint-Maarten de koeien hebben staarten Elf november is de dag dat mijn lichtje branden mag.. In Groningen zingen de kinderen ook: Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern, doe daanst deur de straot'n dat kist ja nait loat'n Mien lutje lanteern, ik zai die zo geern hetgeen betekent: Mijn kleine lantaren Ik zie je zo graag:: Je danst door de straaten Dat kun je niet laten Ook voor mensen die niet thuis geven is er een lied: Hier woont juffrouw Kikkerbil die ons nooit iets geven wil..

In Vlaanderen, meer bepaald in de Denderstreek wordt Sint-Maarten gevierd met de volgende liedjes: Sint-Maarten zal 't avond komen d'heilige man met wat nieuws zal hij dan komen wellekom dan komt hij gereden met zijn paard ja dat paard dat heeft een staart in de nacht onverwacht heeft hij ons klompjes vol gebracht of nog een erg lang In West-Vlaanderen, regio Menen-Roeselare, luidt het: Sinte Maartens avond de sterren gaan mee naar Gent en als ons moeder wafels bakt dan zijn we der mee content klein vier vuur groot vier vuur Sinte Maarten komt alier met zijne besten tabord an.

In bepaalde streken komt St-Maarten er de taak van Sinterklaas overnemen. In de West-Vlaamse stad Wervik, bijvoorbeeld, komt in de ene wijk St-Maarten langs met speelgoed, en in de andere wijk is het Sinterklaas, een maand later. Sint-Maarten, eigenlijk Martinus van Tours - 11 november , was bisschop van die stad en een belangrijke grondlegger van het katholieke christendom in Gallië. Hij werd rond geboren in Sabaria Hongarije als zoon van Romeinse ouders. Op jonge leeftijd werd hij soldaat, als jarige trok hij naar Gallië.

In Amiens ontmoette hij een bedelaar, aan wie hij de helft van zijn mantel gaf. Omdat de helft van de mantel eigendom was van Rome kon hij slechts zijn eigen helft weggeven.

Volgens een legende was deze bedelaar Jezus, hetgeen echter onmogelijk is omdat deze jaar eerder leefde. Martinus liet zich bekeren en verliet het leger. Volgens een andere legende liet hij zich echter al op jarige leeftijd dopen, tegen de zin van zijn ouders. Op jarige leeftijd werd hij duiveluitdrijver.

Ook leefde hij enige tijd als kluizenaar op het eiland Gallinaria bij Genua. Verder stichtte hij de abdij van Marmoutier en in werd hij bisschop van Tours. In stierf hij aan koortsen, hij was toen ca. Hij werd begraven in de basiliek van Tours. Al gauw na zijn dood kwam de verering op gang en in de 7e eeuw werd er een nieuwe basiliek aan hem gewijd. Martinus zou enkele wonderen hebben verricht: Zijn naamdag wordt er nog steeds gevierd.

Het Sint-Maartensfeest is oorspronkelijk een Germaans feest ter ere van Wodan. Men bracht dankoffers en brandde reinigende vuren om de vruchtbaarheid van het land en vee te bevorderen. Later werd het vooral een kinderfeest, kinderen trokken met lampions of uitgeholde rapen, knollen en kalebassen met een kaarsje langs de deur voor snoep en fruit.

Ook gebruikten ze een foekepot of rommelpot, dat is een pot waarover een varkensblaas is gespannen, daarin zit een rietje dat een brommend geluid maakt als eraan wordt getrokken. In onder andere de Zaanstreek en Almere gaan kinderen op 11 november nog steeds met zelfgemaakte lampions langs de deuren om te zingen, waarvoor ze snoep krijgen.

Op andere plaatsen wordt een Sint-Maartensvuur gebrand. Sint-Maarten was vroeger de datum waarop geslacht werd en het vee op stal ging. Ook is een van de Bovenwindse Eilanden naar hem genoemd. I never could dream while I was sleeping Put your arms around my soul And take it dancing.. Wat is de werking van caffeïne? Caffeïne heeft op ons centraal zenuwstelsel een vergelijkbaar effect als de hormonen adrenaline en noradrenaline. Een verhoogde concentratie cAMP leidt tot de activatie van allerlei enzymen die bijdragen aan een verhoogd reactievermogen.

Caffeïne zorgt overigens voor een verhoging van cAMP in de cellen door het remmen van fosfodiesterase, een enzym dat normaal cAMP afbreekt.

Hierdoor blijft de concentratie cAMP in de cellen dus hoog. I need it, and I need it bad. Ik heb volgens mij veel te kort geslapen, ik ben een zombie en twee cappucino en twee sigaretten hebben er nog niets aan kunnen veranderen. Het belooft een lange, lange dag te worden And it was morning And I found myself mourning, for a childhood that I thought had disappeared I looked out the window And I saw a magpie in the rainbow, the rain had gone I'm not alone I turned to the mirror, I saw you, the child, that once loved The child before they broke his heart Our heart, the heart that I believed was lost So I see it's me, I can do anything And I'm still the child 'cos the only thing misplaced was direction And I found direction There is no childhood's end There is no childhood's end Cos' you are my childhood friend Cos' you are my childhood friend Oh lead me on.

Zo, daar issie weerrrrrrrrrrr!!!!! Om de een of andere reden kon ik afgelopen weekend niks gepost krijgen op Blogger.

Maar alles lijkt weer up and running te zijn, dus even een kleine update van het afgelopen weekend; Vrijdag ben ik naar Middelburg geweest en heb daarmee voor het eerst in mijn leven voet op Zeeuwse bodem gezet.

Niets gezien van Deltawerken of iets dergelijks; daarvoor was mijn bezoek simpelweg te kort, maar dat komt ongetwijfeld nog wel een keer. Verder lekker weekend gehad met Tiesje, en vandaag weer aan de slag Na een paar dagen hoop ik wat resultaat geboekt te hebben, want ik ben moe, sloom, slap, nergens zin in, chagrijnig en snel geirriteerd. Het is weer november. Stomme is, dat ik dus totaal geen enkele reden heb om me anders dan superlekker te voelen; leuke baan, lieve vrienden, de liefste vriendin van de wereld en alleen maar mooie vooruitzichten op de toekomst.

Maar toch is daar die jaarlijkse "last van de donkere dagen"-periode die alweer opdoemt. Maar geloof me, ik ga het -net als de voorgaande jaren overigens- aanpakken en me niet gek laten maken!!!! Tot de volgende blog, die weer wat vrolijker wordt. Eerst even wakker worden en back to business! Van CNN mag je verwachten dat ze objectief en degelijk zijn.

GRONINGEN SEX SEKSCONTACT GEZOCHT

In de koelte grote kut vingeren lekkere geile massage de avond drinken we een mojito aan de kade, hier moquito geheten. We slapen uit, maar om tien uur verdrijft de hitte ons uit bed, of beter: Mijn handtekening bij overschrijvingen werd in vraag gesteld. Vanuit mn ooghoeken zie ik ook al dat de hele buurt uitloopt om te komen kijken. Zeker, maar pas toen het niet meer anders kon. Ik sta in de rij voor een kaart van het eiland voor het toeristenbureau.

Naakte meisjes in het bos sexclub limburg

Hele dikke tieten prive massage rotterdam